PDA

Bekijk Volledige Versie : De openbaring van de Qor´aan via Djibriel (´aleihi salaam)



Jamal
13-12-05, 23:10
De openbaring van de Qor´aan via Djibriel (´aleihi salaam)

Djibriel (´aleihi salaam) hoorde de Qor'aan van Allah (soebhanahoe wa ta´ala) en bracht de verzen over aan de Profeet Mohammed (sallallahoe ´aleihi wa sallem). Dit gebeurde op twee manieren.

Eerste manier van openbaren

De openbaring kwam tot de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) op een hele zware manier, als het luiden van een bel. Dit was het moeilijkst voor de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) en er is overgeleverd dat het zweet hem dan uitbrak, zelfs op erg koude nachten, wanneer de openbaring tot hem kwam. Als het voorbij was, dan herinnerde de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zich wat aan hem geopenbaard was. Zoals de Qor'aan zegt: « Voorwaar, Wij zullen zware woorden tot jou neerzenden.» (73:5)

Tweede manier van openbaren

De andere manier is dat Djibriel (´aleihi salaam) in de vorm van een man naar de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) ging. Deze manier was gemakkelijker voor de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem).

Het bewijs voor deze twee methodes kan gevonden worden in de hadieth van Aisha (radiAllahoe ´anha) waarin zij zegt dat Harith ibn Hisham aan de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) vroeg: "O Boodschapper van Allah (soebhanahoe wa ta´ala)! Hoe wordt de goddelijke boodschap aan jou geopenbaard?" Hij antwoordde: "Soms komt het tot mij als het luiden van een bel. Deze manier is het moeilijkst voor mij en deze toestand gaat over nadat ik begrepen heb wat aan mij geopenbaard is. Soms komt de engel bij mij in de vorm van een man en praat hij met mij, en ik begrijp wat hij zegt." (Boecharie)

Bij de eerste methode bleef de engel in de vorm van een engel en de toestand van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) veranderde op zo'n manier dat hij kon communiceren met de engel, en deze toestand was moeilijk voor hem. Bij de tweede methode nam de engel een menselijk vorm aan en communiceerde met de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem). Omdat de toestand van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) hetzelfde bleef, was deze manier van openbaring makkelijker voor hem. Maar de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallam) legde uit dat hij de openbaring in beide gevallen duidelijk begreep, want na elke openbaring zei hij: "....... en ik begrijp wat hij zegt."

In het begin van zijn profeetschap was de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) bang dat hij de verzen die Djibriel (´aleihi salaam) aan hem reciteerde zou vergeten, dus herhaalde hij de verzen snel voordat Djibriel (´aleihi salaam) zelfs klaar wat met zijn recitatie. Daarom openbaarde Allah (soebhanahoe wa ta´ala): « Beweeg jouw tong er niet mee (de Qor´aan), om er haast mee te maken. Voorwaar, het is aan Ons hem te doen bewaren en hem voor te doen dragen. Wanneer Wij hem dan hebben doen voordragen, volg dan zijn voordracht. Daarna is aan Ons de uitleg ervan. » (75:16-18)

De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) werd verzekerd dat hij de Qor'aan niet zou vergeten. Hij hoefde zich dus niet te haasten om de engel te herhalen: « Verheven is Allah, deWware Koning. En haast je niet met de Qor´aan (O Mohammed), voordat zijn openbaring aan jou voltooid is. En zeg: "Mijn Heer, vermeerder mijn kennis. » (20:114)

Er zijn geen incidenten bekend waarbij Djibriel (´aleihi salaam) in de vorm van een man de openbaring aan de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) bracht in de aanwezigheid van de Metgezellen of andere toeschouwers. Wel zagen de Metgezellen Djibriel (´aleihi salaam) een aantal keer in de vorm van een man, maar bij deze gebeurtenissen was er geen openbaring. Wanneer Djibriel (´aleihi salaam) dus bij de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) kwam in de vorm van een man met de wahy (de openbaring / inspiratie), kon alleen de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) hem zien.

Djibriel (´aleihi salaam) kwam ook bij de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) in zijn originele vorm, zonder een andere vorm aan te nemen. Dit gebeurde drie keer; eens in de grot Hira tijdens de eerste openbaring, een keer kort daarna (waarschijnlijk bij de tweede of derde openbaring) en nog keer tijdens de Nacht van al-Israa wa al-Miradj (de hemelreis). De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zei dat Djibriel (´aleihi salaam) zeshonderd vleugels heeft, en dat Djibriel (´aleihi salaam) zo groot is dat hij tot aan de hemel reikt (Ahmed).

De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) sprak met een aantal verschillende engelen, maar de enige engel wiens naam wordt genoemd met betrekking tot de openbaring van de Qor'aan, is Djibriel (´aleihi salaam). Ibn Abbas verhaalt dat Djibriel (´aleihi salaam) eens bij de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) was, toen zij een hard geluid dat van boven kwam hoorden. Djibriel (´aleihi salaam) zei: "Dat is het geluid van een deur in de hemel, deze is voor vandaag nooit eerder geopend geweest." Een engel kwam bij hen en Djibriel (´aleihi salaam) zei: "Deze engel is naar de aarde gekomen, hij is voor vandaag nog nooit eerder gekomen." De engel gaf zijn groet van salaam aan hen en zei tegen de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Ik geef jou het goede nieuws dat er twee lichten aan jou zijn gegeven, die aan geen profeet voor jou zijn gegeven: de opening van het Boek (Soerah al-Fatiha) en de laatste verzen van Soerah al-Baqara. Elk woord dat jij ervan leest zal aan jou geschonken worden." (Moeslim)

Er zijn ook ahadieth waarin de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) de Metgezellen informeert dat de engelen bepaalde mededelingen in zijn hart hadden gefluisterd. Djibriel (´aleihi salaam) was dus niet de enige engel met wie de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) sprak, maar voor zover we weten is hij de enige engel die met de Qor'aan kwam. Dit is in overeenstemming met de beschrijving in de Qor'aan: « En voorwaar, hij (de Qor´aan) is zeker een neerzending van de Heer der Werelden. Met hem (de Qor´aan) daalde de getrouwe Geest (Djibriel) neer. » (26:192-193) Met andere woorden, Djibriel (´aleihi salaam) bracht de hele Qor'aan.

Het effect dat het openbaringsproces had op de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) is vastgelegd in een aantal ahadieth. Aisha (radiAllahoe ´anha) verhaalt: "Soms kwamen de openbaringen tot de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) en zijn voorhoofd glinsterde dan van het zweet." (Moeslim)

Oebadah ibn as-Samit verhaalt dat wanneer de wahy tot de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) kwam, men kon zien dat hij al zijn aandacht aan de openbaring gaf, en zijn gezicht werd een beetje bleek. Tijdens het openbaringsproces liet de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) zijn hoofd zakken en de Metgezellen, uit liefde voor de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem), lieten dan ook hun hoofden zakken totdat de openbaring voorbij was. (Moeslim)

De Metgezellen wilden heel graag de openbaring bijwonen. Het was heel logisch dat zij nieuwsgierig waren om zo'n bijzondere gebeurtenis bij te wonen. Safwan ibn Ya'la ibn Oemayyah verhaalt dat zijn vader, Ya'la ibn Oemayyah, altijd zei (tijdens het leven van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem): "Ik zou zo graag de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) willen zien wanneer de wahy tot hem komt!" Op een dag was de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) in Ji'ranah toen iemand bij hem kwam en zei: "O Boodschapper van Allah (soebhanahoe wa ta´ala)! Wat zijn de regels voor iemand in de staat van ihraam terwijl er parfum op zijn kleding zit?" De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) wachtte een tijdje, tot de openbaring tot hem kwam. Omar ibn al-Khattab zei toen tegen Ya'al: 'Kom snel!' Ya'la kwam en stak zijn hoofd in de tent van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) om het te zien. Hij zag dat het gezicht van de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) rood was (vanwege de openbaring) en hij bleef zo voor een tijdje, toen werd het van hem verwijderd, en hij riep om degene die de vraag had gesteld en zei: "Wat betreft het parfum op jouw lichaam, was jezelf drie keer, en wat betreft je kleding, vervang ze (voor ongeparfumeerde kleding).....". (Boechari)

Deze hadieth geeft het grote verlangen van de Metgezellen weer om de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) te zien tijdens de openbaring en bewijst ook de moeilijkheid van het openbaringsproces voor de Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem).

Het verhaal van de eerste openbaring

´Aisja (radiAllahoe ´anha), de Moeder der Gelovigen, verhaalde: "De (Goddelijke) inspiratie aan de Boodschapper van Allah (sallallahoe ´aleihi wa sallem) begon in de vorm van waarachtige, goede dromen die uitkwamen als helder daglicht. Daarna werd hem de voorliefde voor afzondering geschonken. Hij had de gewoonte zich terug te trekken in de grot van Hiraa´ en daar gedurende vele nachten ononderbroken (Allah alleen) te aanbidden, voordat hij weer terugkeerde naar zijn familie (of ernaar verlangde zijn familie te zien). Hij nam dan proviand mee voor zijn verblijf daar en ging daarna (na zijn verblijf in de grot) terug naar (zijn vrouw) Khadiedjah (radiAllahoe ´anha) om wederom eten mee te nemen.

Totdat plotseling, terwijl hij in de grot van Hiraa´ was, de waarheid op hem neerdaalde. De engel kwam bij hem en vroeg hem te lezen. De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) antwoordde: "Ik kan niet lezen." De Profeet (sallallahoe ´aleihi wa sallem) voegde eraan toe: "Toen greep de engel mij (hardhandig) en omarmde mij zَ stevig dat ik het niet langer kon verdragen. Daarna liet hij mij los en vroeg mij nogmaals te lezen en ik antwoordde: "Ik kan niet lezen." Daarop greep hij mij weer en omarmde mij een tweede keer, totdat ik het niet langer kon verdragen. Toen liet hij mij los en vroeg mij nogmaals te lezen. Maar weer antwoordde ik: "Ik kan niet lezen (of: wat moet ik lezen?)." Daarop greep hij mij voor de derde keer, omarmde mij, liet mij toen los en zei: « Lees voor! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen. Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. Lees voor! En jouw Heer is de Meest Edele. » (96:1-3)

Toen keerde de Boodschapper van Allah (sallallahoe ´aleihi wa sallem), met hevig bonzend hart, (naar huis) terug met de Inspiratie. Hij ging naar (zijn vrouw) Khadiedjah bint Khoewailid (radiAllahoe ´anha) en zei: "Bedek mij! Bedek mij!" Ze bedekten hem tot zijn angst over was en daarna vertelde hij Khadiedjah (radiAllahoe ´anha) alles wat er was gebeurd. (Hij zei:) "Ik vrees dat mij iets zal overkomen." Khadiedjah (radiAllahoe ´anha) antwoordde: "Nooit! Bij Allah, Allah zal jouw nooit te schande maken. Je onderhoudt goede banden met jouw kennissen en familie, je helpt de armen en behoeftige, en bedient jouw gasten overvloedig en verleent hulp aan degenen die door rampspoed zijn getroffen en hulp nodig hebben."

Daarna ging ze met hem naar haar neef Waraqa bin Naufal bin Asad bin ´Abdoel-Oezza, die in de tijd der onwetendheid christen was geworden en het Geschrift in het hebreeuws opschreef. Hij schreef zoveel van het Evangelie in het hebreeuw over als Allah van hem wenste. Hij was een oude man en had zijn gezichtsvermogen verloren. Khadiedjah (radiAllahoe ´anha) zei tegen hem: "O, mijn neef! Luister naar het verhaal van jouw neef." Waraqa vroeg: "O, mijn neef! Wat heb je gezien?" De Boodschapper van Allah (sallallahoe ´aleihi wa sallem) beschreef alles wat hij had gezien. Waraqa zei: "Dit is degene (die de geheimen bewaart, d.w..z. Djibriel) die Allah ook naar Moesa (´aleihi salaam) heeft gestuurd. Ik zou willen dat ik jong was en nog kon leven tot de tijd dat jouw volk je weg zal sturen."

De Boodschapper van Allah (sallallahoe ´aleihi wa sallem) vroeg: "Zullen ze mij verjagen?" Waraqa antwoordde bevestigend en zei: "Eenieder die kwam met hetzelfde als jij hebt gebracht, werd vijandig bejegend. En als ik zou blijven leven tot de dag (waarop je verjaagd zal worden), dan zal ik jou krachtig steunen." Enkele dagen later stierf Waraqa echter en ook de Goddelijke inspiratie bleef een tijdje uit." (Boechari)