Laatste momenten van Sahaba.
Overgenomen van de volgende site.

Bilaal Ibnoe Rabaah op zijn sterfbed.

Toen Bilaal Ibnoe Rabaah (radya Allahu 'anhu) op zijn sterfbed lag, zei zijn vrouw: "O, wat een droevig moment." Op dat moment keek hij van onder de deken, terwijl hij zich in zijn doodstrijd bevond en zei: "Zeg niet: "O, wat een droevig moment, maar zeg daarentegen: "O, wat een blijde gebeurtenis." Hij vervolgde: "Morgen zal ik mijn geliefden ontmoeten, Mohammed (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en zijn metgezellen."

Aboe Dharr op zijn sterfbed.

Toen Aboe Dharr (radya Allahu 'anhu) stervende was begon zijn vrouw te huilen. Waarop hij vroeg: "Wat doet jou huilen?" Zij antwoordde: "Hoe kan ik dan niet huilen, terwijl jij aan het sterven bent op een verlaten stuk grond en wij niet eens over een lijkengewaad beschikken waarin jij gewikkeld kunt worden." Aboe Dharr zei toen tegen haar: "Huil niet, maar wees blij. Want waarlijk ik hoorde de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) tegen een groep, waaronder ik mij bevond, zeggen: "Waarlijk, iemand van jullie zal op een verlaten stuk grond sterven, in het bijzijn van een groep gelovigen. Geen van deze groep is op deze wijze aan zijn einde gekomen, behalve ik. Dit zal zeker plaatsvinden. Kijk dus of er iemand aankomt." Zij zei: "Ben je vergeten dat wij ons hier op een verlaten stuk grond bevinden." Nogmaals zei Aboe Dharr: "Ga toch kijken." Zijn vrouw besloot te gaan kijken en zag een groep mannen aankomen. Ze wuifde met een kledingstuk waarna de mannen zich naar haar haastten en vroegen: "Wat is er aan de hand, O dienares van Allah?" Ze vroeg: "Zijn jullie bereid een stervende moslimman te wikkelen in een lijkengewaad?" De mannen vroegen: "Wie is deze man?" Zij antwoordde: "Het is Aboe Dharr." "De metgezel van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam)," riepen de mannen uit. Zij snelden meteen te hulp. Toen zij bij hem aankwamen verblijdde hij hen en lichtten hen in over de overlevering van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam). Hij zei: "In de Naam van Allah, laat niet een leider, stamhoofd of een postbode mij inwikkelen in een lijkengewaad." De enige die aan deze voorwaarde voldeed was een jongeman van Medina. De jongeman wikkelde hem in twee lijkengewaden die aan hem toebehoorden. Vervolgens verrichtte 'Abdoellah ibnoe Mas'oed, die zich onder de groep mannen bevond, het dodengebed voor Aboe Dharr.

Moe'aadh ibnoe Djabal op zijn sterfbed.

Toen Moe'aadh ibnoe Djabal (radya Allahu 'anhu) op zijn sterfbed lag, riep hij zijn Heer aan, zeggende: "O mijn Heer, waarlijk, ik vreesde U en vandaag heb ik mijn hoop op U gevestigd. O Allah, U weet dat ik niet van dit wereldse leven hield vanwege haar stromende rivieren en haar wuivende bomen. Maar dat ik slechts van dit wereldse leven heb gehouden omwille van het vasten, het leveren van inspanning en het opzoeken van geleerden vanwege hun kennis." Nadat hij de geloofsgetuigenis had uitgesproken verliet hij dit leven. De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei: "Wat een goede man is Moe'aadh ibnoe Djabal." (at-Tirmidhi) Ook zei de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) over Moe'aadh: "De meest geleerde onder hen (mijn Oemmah) inzake de toegestane en verboden zaken is Moe'aadh ibnoe Djabal." (at-Tirmidhi, Ibn Maadjah en correct bevonden door al-Albaani) Verder zei de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) tegen Moe'aadh: "Moe'aadh, bij Allah, ik houd waarlijk van jou." (Aboe Daawoed, an-Nisaaaa‚¬a„¢i)

'Ali ibn Abi Taalib op zijn sterfbed.

Nadat 'Ali (radya Allahu 'anhu) neergestoken werd vroeg hij: "Wat hebben jullie met de dader gedaan?" Zij antwoordden: "Wij hebben hem overmeesterd." Hij zei: "Geef hem te eten van datgene wat ik eet en geef hem te drinken van datgene wat ik drink. Als ik dit overleef, dan zie ik wel wat ik verder met hem zal doen. Als ik daarentegen sterf, maak hem dan dood." Vervolgens droeg hij zijn zoon, al-Hasan om hem na zijn dood te wassen. Hij zei: "Schaf geen duur lijkengewaad aan. Want waarlijk, ik hoorde de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zeggen: "Schaf geen duur lijkengewaad aan, want het verslijt erg snel (in het graf)." Daarna zei hij: "Loop niet te snel en niet te langzaam tijdens mijn begrafenisstoet. Als het goede op mij staat te wachten, dan brengen jullie mij daar spoedig naar toe en als het slechte op mij staat te wachten, dan zijn jullie van mij af."

'Othmaan op zijn sterfbed.

Toen 'Othmaan ibnoe 'Affaan (radya Allahu 'anhu) werd neergestoken zei hij: "Niets of niemand heeft het recht aanbeden te worden, behalve U. Verheven zij U. Waarlijk ik behoorde tot de onrechtplegers. O Allah, waarlijk, ik zoek toevlucht tot U en ik vraag U om hulp in al mijn zaken en ik vraag U mij geduld te schenken om deze beproeving te doorstaan." Nadat hij stierf doorzochten de mensen zijn kluis en troffen daarin een gesloten kist aan. Zij maakten dit open en vonden daarin een brief waarin het volgende stond geschreven: "Dit is het testament van 'Othmaan. In de Naam van Allah, de Meest barmhartige, de Meest Genadevolle. 'Othmaan ibnoe 'Affaan getuigt dat niets of niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah zonder enige deelgenoten. En hij getuigt dat Mohammed Zijn Dienaar en Boodschapper is. En hij getuigt dat het Paradijs waarheid is en dat Allah degenen die zich in de graven bevinden zal opwekken op een Dag waaraan geen twijfel is. Waarlijk, Allah verbreekt zijn belofte niet. Dit is de overtuiging waarnaar hij ('Othmaan ibnoe 'Affaan) heeft geleefd en waarop hij is gestorven en waarop hij opgewekt zal worden, met de Wil van Allah."

'Omar op zijn sterfbed.

Toen 'Omar (radya Allahu 'anhu) neergestoken werd kwam 'Abdullah ibnoe 'Abbaas naar hem toe en zei: "O leider der gelovigen, u geloofde toen iedereen (de Profeet aa‚¬“ salla Allahu 'alayhi wa salaam) verwierp. U streed zij aan zij met de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) toen iedereen hem in de steek liet en u sterft nu als martelaar. Toen de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) stierf was hij tevreden over u." Hierop zei 'Omar: "Herhaal datgene wat je hebt gezegd nog eens." Waarna hij dit deed. 'Omar zei toen: "De verwaande is hij die jullie misleidde. Bij Allah, als ik de hele wereld bezat, dan ben ik nu bereid om mezelf daarmee vrij te kopen van datgene wat eraan gaat komen." 'Abdullah ibnoe 'Omar zei: "Het hoofd van (mijn vader) 'Omar lag in mijn schoot toen hij aan het sterven was. Hierop zei hij tegen mij: "Plaats mijn hoofd op de grond." Ik zei toen: "Wat maakt het nu uit of uw hoofd nu in mijn schoot of op de grond ligt." Waarna hij riep: "Doe wat ik je opdraag en leg mijn hoofd op de grond." 'Abdullah ibnoe 'Omar zei: "Toen plaatste ik zijn hoofd op de grond. 'Omar zei toen: "O wee mij en mijn moeder, als mijn Heer, Allah de Verhevene, mij niet genadig is."

Aboe Bakr op zijn sterfbed.

Toen Aboe Bakr (radya Allahu 'anhu) op zijn sterfbed lag reciteerde hij het volgende vers (interpretatie van de betekenis): "En de doodstrijd is werkelijk aangebroken. Dit is waarvoor jij pleegde te vluchten." (Soerat Qaaf:19) Hij zei tegen 'Aaaa‚¬a„¢ishah: "Neem deze twee gewaden die ik aan heb, was ze en gebruik ze als lijkengewaad voor mij. (En koop geen nieuwe) want een levende heeft meer recht op nieuwe kleding dan een stervende." En toen hij aan het sterven was gaf hij 'Omar ibnoe al-Khattaab het volgende advies: "Ik zal je het volgende meegeven als je dit van mij aanneemt: "Waarlijk, aan Allah, de Verhevene, behoren rechten toe die aa‚¬a„¢s nachts nagekomen dienen te worden en overdag niet meer geaccepteerd worden. En waarlijk, aan Allah, de Verhevene, behoren rechten die overdag nagekomen dienen te worden en aa‚¬a„¢s nachts niet meer geaccepteerd worden. En waarlijk, Hij accepteert de aanbevolen daden niet alvorens men de verplichte zaken nakomt. De reden waarom de weegschaal (van goede daden) van sommige mensen zwaar weegt op de Dag des Oordeels is omdat zij de Waarheid hebben gevolgd in het wereldse leven. Het is vanzelfsprekend dat een weegschaal waarin de Waarheid wordt geplaatst dan ook zwaar weegt. En de reden waarom de weegschaal (van goede daden) van sommige mensen licht weegt op de Dag des Oordeels is omdat zij de valsheid hebben gevolgd in het wereldse leven. Het is vanzelfsprekend dat een weegschaal waarin de valsheid wordt geplaatst dan ook licht weegt."