De rechten van de moslims in het algemeen.
Uit: "Het proviand van jongeren".

De rechten van de moslims zijn zeer talrijk. Een aantal daarvan worden bevestigd in een authentieke h'adith waarin de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd: "De moslim heeft zes rechten op een andere moslim: wanneer je hem ontmoet groet hem dan met de salaam, wanneer hij jou uitnodigt geef je daar gehoor aan, wanneer hij jou om advies vraagt geef je hem advies, wanneer hij niest en Allah prijst reageer je met: yarhamoek-Allah (moge Allah u genadig zijn), wanneer hij ziek is bezoek je hem en wanneer hij komt te overlijden volg je zijn begrafenis." (Overgeleverd in Muslim.)

Deze h'adith toont ons verschillende rechten die de moslims onder elkaar genieten.

#1: Het eerste recht dat genoemd is, is: het groeten met de salaam.

Het groeten met de salaam is een sunnah moe-akkadah (zeer aangeraden soennah), en het zorgt voor eenheid onder de moslims en een toename van liefde onder elkaar. Dit is iets wat men terug kan zien en wat evenees bevestigd wordt door de woorden van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Bij Allah! Jullie zullen het Paradijs niet binnengaan totdat jullie geloven, en jullie zullen niet geloven totdat jullie elkaar liefhebben. Zal ik jullie inlichten over iets, dat wanneer jullie het uitvoeren, jullie van elkaar zullen houden? Verspreid de salaam onder elkaar." (Overgeleverd in Muslim.)

De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) was altijd degene die begon met het groeten met de salaam en hij was gewoon de kinderen te groeten wanneer hij ze voorbij kwam. Het is Sunnah dat een jongere de oudere groet, en een kleine groep de grotere, en degene die (op een voertuig) rijdt, de voetganger groet. Wanneer echter degene op wie de verplichting rust om te beginnen met de groet, dit niet doet (en dus met andere woorden de sunnah niet toepast), dan dient de andere te beginnen, opdat de salaam niet verwaarloosd zal worden. Wanneer de jongere niet begint met de salaamgroet, dan dient de oudere te beginnen, en wanneer het kleine groepje niet begint met groeten, dan begint de grotere groep, opdat zij de beloning mogen verwerven.

'Ammaar ibn Yaasir (radya Allahu 'anhu) heeft gezegd: "Er zijn drie zaken, wanneer iemand ze alledrie bezit dan heeft hij zijn imaan voltooid: rechtvaardigheid tegen jezelf, het geven van de salaam aan iedereen en het besteden van het weinige geld dat men heeft (aan een goed doel)."

Wanneer iemand begint met de sunnah van het groeten met de salaam, dan is het teruggroeten een fard kifaayah: dit houdt in dat wanneer iemand de daad verricht, dit voldoende zal zijn voor de rest van de groep. Wanneer een groep mensen begroet wordt en één van hen groet terug, dan wordt de verplichting voor de rest van de groep opgeheven. Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt: "En wanneer jullie met een groet begroet worden, groet dan met een betere dan deze (terug) of beantwoordt hem (op gelijke wijze). Voorwaar, Allah stelt de afrekening over alle zaken op." (Soerat an-Nisaa'e (4), aayah 86.)

Het is echter niet voldoende om bij het teruggroeten slechts "ahlan wa sahlan" (welkom, aangenaam) te zeggen, omdat deze groet niet beter is en ook niet even goed als de groet waarmee gegroet is. Wanneer dus wordt gezegd: "Salamo 'alaykum" (vrede zij over jullie), dan dient er geantwoord te worden met: "Wa 'alaykum as-salam" (en vrede zij over jullie). Wanneer er gezegd wordt: "ahlan", dan dient er met het gelijke geantwoord te worden en wanneer hij de groet uitbreidt dan is dit zelfs beter.

#2: Het tweede recht: Wanneer hij je uitnodigt dan dien je gehoor te geven aan de uitnodiging.

Wanneer iemand je uitnodigt bij hem thuis voor een maaltijd of iets anders dan dien je hieraan gehoor te geven. Het gehoor geven aan een uitnodiging is sunnah moe-akkadah, aangezien dit het hart van de uitnodiger goed doet en het zorgt voor liefde en eenheid. Een uitzondering hierop is de bruiloftsmaaltijd: wanneer iemand hiervoor wordt uitgenodigd dan is het gehoor geven hieraan waadjib (verplicht) en hierbij natuurlijk de bekende voorwaarden in acht nemend. (vert. Er dienen geen verboden zaken in voor te komen, zoals bijvoorbeeld muziek, of mannen en vrouwen die gemengd door elkaar zitten.)

De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft hierover gezegd: "En degene die (hieraan) geen gehoor geeft, heeft Allah en Zijn boodschapper niet gehoorzaamd." (Overgeleverd in Muslim.) Wellicht omvatten de woorden van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Wanneer hij je uitnodigt dan dien je gehoor te geven aan de uitnodiging", ook het verzoek om steun en hulp. Men is dan eveneens verplicht om hieraan gehoor te geven. Wanneer iemand je vraagt om iets te dragen of ergens te plaatsen of iets dergelijks dan is het dus jouw taak om hem te helpen, dit vanwege de woorden van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "De gelovige is voor een gelovige als een gebouw, ze verstevigen elkaar." (Overgeleverd in Bukhari.)

#3: Het derde recht: "Wanneer hij jou om advies vraagt, geef je hem advies."

Dit houdt dus in dat wanneer iemand naar je toekomt en jou om advies vraagt in een bepaalde zaak, dan dien je hem te adviseren, en dit behoort tot de religie, zoals de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) gezegd heeft: "De religie is een advies: aan Allah, Zijn boek, Zijn boodschapper*, en aan de leiders van de moslims en de moslims in het algemeen." (Overgeleverd in Bukhari.) Wanneer hij echter niet om afvies komt vragen, maar je ziet dat er enige schade of zonde is in atgene waar hij mee bezig is, dan is het jou verplicht om hem hierin te adviseren, ook al vraagt hij er zelf niet om, omdat dit behoort tot het verwijderen van schade en het verwerpelijke van moslims. Als er echter geen nadeel zit aan datgene wat hij of zij wil gaan doen, noch enig verbod, maar je ziet dat iets anders voordeliger is voor hem of haar, dan dien je hem of haar niets te zeggen tenzij jou om advies wordt gevraagd. In het laatste geval dien je dus advies te geven.

#4: Het vierde recht: "Wanneer hij niest en Allah prijst, dan dien je te antwoorden met yarhamakoe-Allah".

Als dank voor het prijzen van zijn Heer bij het niezen. Wanneer hij Allah echter bij het niezen niet prijst, dan heeft hij geen recht op het antwoord (yarhamakoe-Allah), omdat hij Allah ook niet heeft geprezen. Het reageren met "yarhamakoe-Allah" op degene die niest en Allah prijst is fard (verplicht). Degene die niest dan weer te antwoorden met "yahdiekoem Allaahoe wa yoslihoe baalakoem" (Moge Allah jullie leiden en jullie zaken recht zetten). Wanneer het niezen aanhoudt en er al drie keer gereageerd is met "yarhamoeka-Allah", dan dient bij de vierde keer gezegd te worden "aafaka Allah" (Moge Allah je gezondheid schenken).

#5: Het vijfde recht: "Wanneer hij ziek is dien je hem te bezoeken."

Het bezoeken van een zieke is een recht die de zieke heeft op de moslims. Zij dienen dit recht dus te vervullen en hoe meer andere rechten de zieke op jou heeft, zoals het recht van de bloedverwant, vriend of buur, hoe sterker dit recht benadrukt wordt. Het bezoek hangt af van de toestand van de zieke; er zijn bijvoorbeeld situaties die herhaaldelijke bezoeken vereisen en er zijn situaties die minder frequente bezoeken vereisen. Me moet dus allereerst de toestand (waarin de zieke zich bevindt) onderzoeken en het is sunnah voor degene die een zieke bezoekt om hem naar zijn toestand te vragen, smeekbedes voor hem te doen en voor hem de deur openen tot verlichting en hoop. Deze zaken behoren tot de grootste middelen voor gezondheid en genezing. Daarnaast dient men de zieke te herinneren aan het tonen van berouw, dit dient op zo'n wijze te geschieden dat het de zieke niet beangstigd. Men kan bijvoorbeeld zeggen: "Door deze ziekte die je lijdt zul je iets goeds verwerven, want door middel van ziekte vergeef Allah fouten en wist Hij de zondes uit. Het kan zijn dat je door deze beperking veel beloning verwerft door daarnaast ook dhikr (gedachtenis aan Allah), istighfaar (vergiffenis vragen bij Allah) en doe'aa-e (smeekbeden) te verrichten."

#6: Het zesde recht: "Wanneer hij komt te overlijden, volg je zijn begrafenis."

Het volgen van de begrafenis behoort tot de rechten van de moslim op zijn moslimbroeder en hierin bevindt zich een grote beloning. Dit werd door de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) bekrachtigd toen hij zei: "Wie de begrafenis volgt totdat er over (de dode) gebeden wordt, voor hem, is een qiraat, en wie het volgt totdat hij (de dode) begraven wordt, voor hem zijn qiraatan." Men vroeg toen: "Wat zijn twee al-qiraatan?" Hij (salla Allahu 'alayhi wa salaam) antwoordde: "Het gelijke van de twee grote bergen." (Overgeleverd in Bukhari.)

#7: Het zevende recht: Het verwijderen van kwaad.

Tot de rechten van de moslim op zijn broeder behoort het verwijderen van kwaad van hem, want de moslims kwaad berokkenen behoort tot een grote zonde. Allah (Subhana wa Ta'ala) heeft hierover gezegd: "En degene die de gelovige mannen en de gelovige vrouwen kwetsen, zonder dat zij iets (slechts) hebben verricht: voorzeker, zij hebben laster en een duidelijke zonde op zich geladen." (Soerat al-A'hzaab (33), aayah 58.) Het belangrijke hieruit is dat degene die zijn broeder kwaad berokkent hij door Allah vergolden zal worden in deze wereld vóór het Hiernamaals. De boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd: "Veracht elkaar niet en keer elkaar niet de rug toe, weest dienaren van Allah die broeders van elkaar zijn. Een moslim is de broeder van een moslim, hij behoort hem geen onrecht aan te doen, noch te verlaten, noch ondergeschikt te maken. Een persoon heeft al voldoende kwaad gedaan wanneer hij zijn broeder minacht. Al het bloed, geld en eer van de moslim is heilig voor de (andere) moslim." (Overgeleverd in Bukhari.)

Kortom, de rechten van de moslim op zijn moslimbroeder zijn zeer omvangrijk, maar het is echter wel mogelijk om al deze rechten samen te vatten tot een algemene uitspraak, en dit zijn de woorden van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam): "Een moslim is de broeder van een moslim." Wanneer men dus probeert om deze broederschap hoog te houden, dan doet hij dus zijn best om hem al het goede te schenken en al het slechte van hem af te houden.

En Allah (Subhana wa Ta'ala) weet het best.

*Advies aan Allah, Zijn boek, en Zijn boodschapper duidt aan op gehoorzaamheid, onderwerping en totale overgave.