[marq=left:0ffc07dcd9][CENTER:0ffc07dcd9]Voorbeelden van toewijding van de vrome voorgangers[/CENTER:0ffc07dcd9][/marq:0ffc07dcd9]

[hr:0ffc07dcd9]

Nooit werd ar-Rabie’ betrapt terwijl hij vrijwillige gebeden verrichtte in de moskee, behalve één keer.

Als Mansoer ibnoel Moe’tamir het ochtendgebed had verricht, dan toonde hij zich tegenover zijn metgezellen energiek en actief, terwijl hij wellicht de hele nacht staand in het gebed had doorgebracht. Dit zou hij doen om zijn daden te verhullen.

‘Abdurrahmaan ibn Abi Laylaa pleegde altijd het nachtgebed te verrichten, maar wanneer iemand dan binnenkwam, deed hij alsof hij sliep.

De vrouw van Hassaan ibn Abi Sinaan vertelde over haar man: “Hij pleegde bij mij in bed te kruipen, waarna hij mij zou beduvelen zoals een vrouw haar kind soms beduveld. Wanneer hij wist dat ik in slaap was gevallen, stond hij op om het gebed te verrichten.”

Aboe Hamzah ath-Thamaali zei: “Ali ibnoe Hoesayn droeg ’s nachts altijd een zak brood op zijn rug, die hij als liefdadigheid zou uitgeven. Hij pleegde te zeggen:Heimelijke liefdadigheid, dooft de Woede van de Heer.”

Moehammad ibnoe Ishaaq zei: “Er waren mensen in Medina die van proviand voorzien werden, terwijl zij niet eens wisten waar dit vandaan kwam. Toen ‘Ali ibnoel Hoesayn stierf, moesten zij het zonder datgene stellen wat zij altijd ‘s nacht kregen.”

Ibnoe Djawzi zei: “Wanneer Ibraahiem an-Nakhacy de Koran aan het reciteren was en iemand bij hem binnenliep, zou hij deze bedekken.

Moehammad ibnoe Waasi’ zei: “Ik ken mannen die twintig jaar huilden, terwijl hun vrouwen hier niets van wisten.”

Ash-Shaafi’y zei: “Ik wenste dat de mensen deze kennis die ik bezit van mij overnamen, zonder dat zij deze aan mij toeschrijven.”


Bron: Al-Yaqeen