Shaych Moqbil bin Haadie al-Waadi’ie


Arabische bron: “Tarjamah Abie ‘Abdir-Rahmaan” (blz. 16-29, met kleine inkorting).
Aangevuld met informatie van www.sahab.net, www.troid.org en www.spubs.com.
Vertaald door: Ridouan van der Steenhoven
Aangepast in vorm en aangevuld door: Amin aboe Nouhad


Zijn Naam en Afkomst:
Hij is as-Shaych al-Allaamah Moqbil bin Haadie ibn Moqbil bin Qaa’idah al-Hamdaanie al-Waadi’ie al-Khallaalie, de Moehadieth van Jemen, afkomstig van de stam van Aali Raashid. Hij werd geboren in Waadi’ah, wat een gebied is ten oosten van de stad Sa’adah van de vallei van Dammaaj.
Zijn Jeugd en Opvoeding:
Zijn vader stierf toen hij nog jong was en kende hem dus niet. Hij groeide op als een wees onder voogdij van zijn moeder gedurende een bepaalde periode. Ze vroeg hem om te gaan werken om geld te verdienen en ze gebood hem om te kijken naar de staat van de gemeenschap zodat hij zoals hen kon zijn. Maar hij keerde zich hier van af en zei: “Ik ga weg om te studeren.” Waarop zij zei: “Moge Allaah jou leiden.” Vervolgens maakte zij smeekbeden voor hem, opdat hij geleid zou worden. En misschien vielen haar smeekbeden wel samen met de tijd wanneer de smeekbeden geaccepteerd worden, want hij werd één van de geleiden, en hij leidde anderen.
Zijn Studies en Leraren:
Hij studeerde op school tot hij het onderwijsprogramma van die school had afgemaakt. Toen verstreek er een lange periode waarin hij geen kennis zocht (in de zin van echt studeren) omdat er niemand was die hem aanspoorde of ondersteunde in het opdoen van kennis. Ondanks dat, hield hij ervan om kennis op te doen. Dus ging hij kennis zoeken bij de Al-Haadie Moskee maar kreeg daar geen hulp bij.
Na enige tijd verliet hij zijn thuisland (Jemen) en ging naar de Heilige Landen (Mekka en Medina) en Najd. Hij luisterde daar naar de sprekers en was gefascineerd door hun preken. Dus vroeg hij aan sommige van de sprekers om advies over welke nuttige boeken hij moest kopen. Ze adviseerden hem om ‘Sahieh Al-Boechaarie’, ‘Boeloegh al-Maram’, ‘Riyaadh as-Saalihien’, en ‘Fath-ul-Madjied’ (de uitleg van ‘Kitaab at-Tawhied’) te nemen. En gaven hem exemplaren van de studieboeken van de Tauwhied-colleges.
In die tijd werkte hij als beveiligingsbeambte in een gebouw in Mekka en kon zich op die manier stevig vastklampen aan die boeken, en hij bleef maar de stof overpeinzen omdat hetgeen dat de mensen in zijn land deden het tegenovergestelde was van wat er in deze boeken stond, vooral ‘Fath-ul-Madjied’. Nadat enige tijd was verstreken keerde hij terug naar zijn land en begon hij alles te berispen van hetgeen hij zag wat deze boeken tegenging. Zoals het offeren aan anderen dan Allaah, plaatsen van aanbidding op (of over) de graven bouwen, en smeekbeden maken naar overleden personen. Vervolgens bereikte dit nieuws de Shi’ieten en ze begonnen hetgeen waar hij voor stond te bekritiseren. Eén van hen zei (de hadieth): “Degene die zijn religie verandert, dood hem dan.” Een ander zond een brief aan zijn familieleden waarin stond: “Als jullie hem niet stoppen, dan nemen we hem gevangen.” Maar daarna, stonden ze hem toe de Haadie Moskee te betreden zodat hij bij hen kon studeren, zodat zij (misschien) deze verkeerde opvattingen die in zijn hart waren gezeteld, bij hem konden verwijderen.
Dus hierna werd hij toegelaten om met hen te studeren in de Haadie Moskee. Het Hoofd van Onderwijs daar, was de Rechter Moetahhir Hanash. De Shaych studeerde onder hem het boek ‘Al-‘Aqd-uth-Thamien’ en ‘Ath-Thalaathien Mas’alah’, samen met de uitleg ervan door Haabis. Van onder de leraren die hem daar onderwezen was Mohammad bin Hassaan al-Moetamayyiz. Een keer waren zij aan het discussiëren over het onderwerp van “het Zien van Allaah in het Hiernamaals”, en hij begon Ibn Choezaymah en andere Iemaams van Ahloel-Soennah te bespotten en belachelijk te maken, maar de shaych verborg destijds zijn ‘aqiedah. Daarnaast voelde hij zich ook zwak, en in de plaats van zijn rechterhand over zijn linkerhand te doen tijdens het gebed, bad hij met zijn handen langs zijn lichaam (zodat de Shi’ieten niets zouden merken). Tevens bestudeerden zij de tekst van ‘al-Azhaar’ tot aan het hoofdstuk over het Huwelijk.
Hij bestudeerde ook een uitleg van de Wetten van Erfrecht vanuit een groot boek wat boven het standaardniveau was, maar trok er desondanks geen voordeel uit. De shaych bemerkte dat de toegewezen boeken niet profijtvol waren, behalve Grammatica, omdat hij de boeken ‘al-Aadjroemiyyah’ and ‘Qatar an-Nadaa’ met hen bestudeerd had. Vervolgens vroeg hij de Rechter Qaasim bin Yahyaa ash-Shoewayl, om hem ‘Boeloegh al-Maram’ te onderwijzen. Waarop zij er aan begonnen, maar een aantal mensen waren het daar niet mee eens, dus lieten zij het maar.
Dus toen hij bemerkte dat de aangewezen boeken voornamelijk van Shi’ietische en Moe’tazilie aard waren, accepteerde hij het alleen om van de boeken van grammatica te nemen. Dus bestudeerde hij meerdere malen ‘Qatar an-Nadaa’ onder Isma’iel al-Hatbah (rahiemehoellaah) in de moskee waar de shaych in woonde en hij in bad, en hij gaf hem veel tijd en aandacht. Een keer kwam Mohammad bin Hoerieyyah naar de moskee en de shaych adviseerde hem om op te houden met astrologie (tandjiem). Waarop deze man de mensen adviseerde om hem uit het studieprogramma te gooien, maar zij bemiddelden voor hem waarop de man stil bleef.
Sommige van de Shi’ieten liepen soms voorbij terwijl de shaych ‘Qatar an-Nadaa’ aan het studeren was en zeiden dan iets met de betekenis van dat “studeren geen effect op hem zou hebben”. Maar hij bleef stil om profijt te nemen van de boeken van grammatica. Hij deed dit totdat in Jemen de revolutie begon, ze verlieten hun land en vestigden zich in Nadjraan (een stadje in het zuiden van Saoedi-Arabië)Daar studeerde hij met Aboel-Hoesayn Majd-ud-Dien al-Moe’ied en profiteerde van hem in het speciaal betreffende de Arabische taal. Hij bleef twee jaar in Nadjraan, en toen hij er zeker van was dat de oorlog tussen de Partij van de Republiek en de Partij van de Koning (in Jemen) alleen om Wereldse redenen was, besloot hij om naar de Heilige landen (Mekka en Medina) en naar Najd te reizen.
Hij leefde anderhalve maand in Najd in een school voor Qor’aan memorisatie, de school werd geleid door Shaych Mohammad bin Sinaan Al-Hadaa’ie. Hij was erg gastvrij voor hem omdat hij zag dat de shaych (Moqbil) profiteerde van de kennis. En hij adviseerde hem om een tijdje te blijven totdat hij hem naar de Islaamitische Universiteit (van Medina) kon sturen. Maar de situatie in Riyaadh veranderde voor de shaych, waarop hij besloot om naar Mekka te reizen.
Hij werkte waarneer hij werk vond en deed dan tijdens de nacht kennis op, door de lessen bij te wonen van Shaych Yahyaa bin ‘Uthmaan al-Hindie die les gaf in ‘Tafsier Ibn Kethier’, ‘Sahieh Al-Boechaarie’ en ‘Sahieh Moeslim’. De shaych maakte daar verschillende boeken af, en ontmoette daar twee nobele Shaychs van de geleerden van Jemen. Als eerste: Rechter Yahyaa al-Ashwal. Hij studeerde ‘Subul-us-Salaam’ van as-San’aanie bij hem, en hij onderwees hem ieder onderwerp waarover hij hem vroeg. Ten tweede: Shaych ‘Abdoer-Razzaaq ash-Shaahidhie al-Moehwaytie, en ook hij onderwees hem over wat hij hem ook maar vroeg.

Toen vervolgens het Onderwijs-Instituut in Mekka opende, deed hij samen met een groep studenten een toelatingsexamen en de shaych slaagde hiervoor. De meest befaamde van hun leraren was Shaych ‘Abdoel-‘Aziez as-Soebayyal. Tevens studeerde hij ook samen met een groep studenten van het instituut bij Shaych ‘Abdoellaah bin Mohammad bin Hoemayd (rahiemehoellaah) het boek ‘at-Toehfah as-Saniyyah’ na ‘Ishaa in de Haram (Heilige Moskee in Mekka), hij zou dan veel profijtvolle punten aanhalen van Ibn ‘Aqiel en van uitleggingen van andere geleerden (betreffende grammatica). De lessen waren boven het niveau van Shaych Moqbil’s medestudenten en zij begonnen af te glijden totdat uiteindelijk de lessen stop werden gezet. Tevens studeerde hij samen met een groep van studenten bij Shaych Mohammad as-Soebayyal (hafidhehoellaah) het onderwerp van de Wetten van Erfrecht.
Na enige tijd in het Onderwijs-Instituut gebleven te zijn, ging hij naar zijn familie in Nadjraan. Hij nam hen mee om bij hem in Mekka te komen wonen. Ze verbleven daar samen, gedurende de lengte van zijn studies in het instituut en in de Haram zelf, dit was een periode van zes jaar.
Dus hij bracht de dag door studerend in het Instituut, en alle lessen zouden zijn ‘Aqiedah en Religie bijstaan. Dan na het ‘Asr gebed tot na het ‘Ishaa gebed, ging hij naar de Haram om lessen te volgen en dronk daar veel Zam Zam water. Daar luisterden ze dan naar de sprekers die vanuit verschillende landen naar Mekka kwamen om de Hadj of ‘Oemrah te verrichten. In de moskee was altijd een vriendelijke atmosfeer en hij en zijn medestudenten voelden daar een enorme rust.
Van de leraren waarvan ze in de Haram (Grote Moskee in Mekka) les kregen tussen Maghrib en ‘Ishaa was Shaych ‘Abdoel-‘Aziez bin Raashid an-Najdie, schrijver van het boek “Taysier-oel-Wahyain fil-Iqtisaar ‘alal-Qor’aani was-Sahiehain”, waarin hij fouten heeft waarmee Shaych Moqbil het niet met hem eens was. Hij (moge Allaah hem Genadig zijn) was het gewoon te zeggen: “De authentieke ahadieth die niet te vinden zijn in de twee Sahieh Collecties (Boechaarie en Moeslim) zijn op iemand’s vingers te tellen.” De shaych (Moqbil) bleef maar aan deze uitspraak denken omdat hij er bezwaren tegen had. Dit bleef zo tot de tijd dat hij besloot het boek “As-Sahieh-oel-Moesnad mimmaa laysa fis-Sahiehain” te schrijven, waarna hij nog zekerder werd van de valsheid van zijn uitspraak, moge Allaah hem genadig zijn. Hoe dan ook, hij was een man van Tauwhied, hij had sterke kennis van de Wetenschappen van Hadieth en kon het authentieke van het zwakke onderscheiden en het gebrekkige van het zuivere met betrekking tot hadieth.
En van de leraren bij de Haram waar Shaych Moqbil bijzonder veel profijt van heeft gehad was Shaych Mohammad bin ‘Abdillaah as-Somaalie (rahiemehoellaah), hij woonde ongeveer zeven of meer maanden zijn lessen bij. Shaych Moqbil beschreef hem als een ‘ayaah’ (duidelijk teken) met betrekking tot kennis van de overleveraars die gebruikt werden door de twee Shaychs (Al-Boechaarie en Moeslim). Hij had enorm veel profijt van hem met betrekking tot de Hadieth-wetenschappen. Alle lof is aan Allaah, vanaf het begin dat de shaych kennis ging zoeken hield hij van niets anders dan van kennis van het Boek en de Soennah.
Nadat de shaych de tussenliggende en middelbare niveau’s van het Onderwijs-Instituut in Mekka had afgerond, en na het voltooien van al zijn religieuze lessen, verhuisde hij naar Medina, om daar naar de Islaamitische Universiteit te gaan. De meeste van hen (shaych Moqbil en zijn medestudenten) stapten over naar de Faculteit van ‘Da’wah en Oesoel ud-Dien’. De meest bekende van de degenen die hen onderwezen waren: Shaych as-Sayyid Mohammad al-Hakiem en Shaych Mahmoed ‘Abdoel-Wahhaab Faa’id, beiden uit Egypte. Wanneer de vakantieperiode kwam, vreesde hij altijd dat hij tijd zou verspillen, dus sloot hij zich aan bij de Faculteit van ‘Sharie’ah’, vanwege twee redenen, de eerste daarvan was dat hij kennis op wou doen. Dit omdat sommige van de colleges opeenvolgend waren terwijl anderen gecombineerd waren. Dus het was als een soort herhaling van wat ze hadden bestudeerd in de Faculteit van ‘Da’wah’. Hij voltooide beide opleidingen en kreeg daarvoor twee Academische titels, ondanks dat hij geen achting gaf aan certificaten, want hetgeen in zijn opinie waarde erkende was kennis.
In hetzelfde jaar dat hij de twee opleidingen afmaakte, werd er een gevorderd studieprogramma geopend in de Islaamitische Universiteit, hetgeen zij het Masters-programma noemden. Hij nam een examen af in de vorm van een vraaggesprek, en slaagde ervoor. Het gevorderde studieprogramma ging over de Hadieth-wetenschappen, het onderwerp waar hij het meeste van hield. De meest prominente van degenen die hen onderwezen waren Shaych Mohammad al-Amien al-Misrie (rahiemehoellaah), Shaych As-Sayyid Mohammad al-Hakiem al-Misrie, en tijdens het laatste gedeelte van zijn studies, Shaych Hammaad bin Mohammad al-Ansaarie (rahiemehoellaah). Op sommige avonden woonde hij de lessen bij van Shaych ‘Abdoel-‘Aziez bin Baaz (rahiemehoellaah) in de Moskee van de Profeet (in Medina) over ‘Sahieh Moeslim’. Tevens bezocht hij ook de bijeenkomsten van Shaych Mohammed Naasier ud-Dien al-Albaanie (rahiemehoellaah) welke alleen voor de studenten van kennis waren.
Zijn Da’wah:
Als hij in Mekka was, onderwees hij sommige van de studenten van de kennis uit de boeken ‘Qatar-un-Nadaa’ en ‘at-Toehfah as-Saniyyah’. En wanneer hij in Medina was, dan onderwees hij sommige van zijn broeders het boek ‘at-Toehfah as-Saniyyah’ in Moskee van de Profeet. Toen beloofde hij zijn moslimbroeders dat hij na ‘Asr hen in zijn huis les zou geven in de ‘Jaami’ (Soenan)’ van at-Tirmidhie, ‘Qatar-un-Nadaa’ en ‘Al-Baa’ith-ul-Hathieth’.
Een grote golf van Da’wah verspreidde zich vanuit Medina, hetgeen de wereld vulde in een tijdsduur van zes jaar. Het waren een aantal vrome mensen die de taak op zich namen om het te financieren, terwijl Shaych Moqbil en zijn Moslim broeders degenen waren die de taak op zich namen om hun broeders te onderwijzen. Wat betreft het reizen door de verschillende regio’s van het Koninkrijk met als doel het Uitnodigen naar Allaah, dan namen alle broeders hieraan deel, zowel de student van kennis zodat hij kennis op kon doen en anderen van profijt kon zijn, als ook de algemene broeders zodat deze konden leren. Velen van de algemene broeders hadden hier profijt van en begonnen te houden van de (Selefie) Da’wah.
Eén van de broeders van onder de studenten van de kennis was een Iemaam van een moskee in Riyaadh. Een keer berispten enkele mensen van kennis hem voor het gebruiken van een Soetraah. Waarop hij zei: “Wij kunnen het niet voor jullie, maar bij Allaah, niemand anders dan een algemeen persoon zal opstaan en jullie de ahadieth van de Soetraah leren.” Dus hij riep een broeder van het algemene volk die van de Da’wah hield, en de ahadieth van de Soetraah had gememoriseerd uit ‘Al-Loe’loe wal-Mardjaan fiema taffaqa ‘alayhie ash-Shaychaan’. Dus hij stond op en leverde de ahadieth over, waarna de opponenten zich schaamden en stil bleven.
Hierna begonnen de blindvolgers en de kwaadaardige geleerden in beweging te komen, en de reden voor deze ontrust onder de blindvolgers, degenen die als geleerden beschouwd werden in de ogen van de mensen, was omdat als zij een jonge student van kennis onder de selefie-studenten zagen en zij (de blindvolgers) een hadieth als bewijs gebruikten (voor een bepaald standpunt), dat de student tegen hen zou zeggen: “Wie leverde de hadieth over?“ En dat was iets waar ze niet gewend aan waren. Tevens zou hij (de student) tegen hen zeggen: “Wat is de status (de gradatie van authenticiteit) van de hadieth? “En dat was iets waar ze niet gewend aan waren. Dus zij brachten hen in het bijzijn van de mensen in verlegenheid. En soms zei de student tegen hen: “Dit is een zwakke hadieth. Er is die en die in de ketting van overleveraars en die en die verklaarde hem zwak.” Dus bij het horen hiervan, was het alsof de aarde te klein werd voor deze blindvolgers. En ze gingen dan heen en verspreidden leugens dat deze studenten van de Chawaaridj waren, terwijl de broeders in werkelijkheid helemaal niet van de Chawaaridj waren, degenen die het toegestaan maken om het bloed van een Moslim te vergieten en die een Moslim als ongelovige beschouwen door toedoen van zonden. Desalniettemin kwamen er wel enige fouten voor aan de kant van sommige van de nieuwe broeders, en dat was omdat de beginner bijna altijd overweldigd is met overmatige ijver. Op een bepaald moment was shaych Moqbil zijn Meesterproefschrift aan het voorbereiden, toen er plotseling op een avond, voordat hij wist wat er gebeurde, hij samen met ongeveer honderdvijftig anderen gearresteerd werd. Sommigen konden ontsnappen, maar de aarde trilde tussen degenen die tegen en degenen die voor hun arrestatie waren. Ze verbleven een maand of anderhalf in de gevangenis, daarna werden ze weer vrijgelaten.
Kort hierna, werden de voordrachten van Djoehaymaan (een afgedwaalde persoon die in 1979 een gewapende opstand leidde) gepubliceerd, waarop er weer een groep broeders (waaronder de shaych) werd gearresteerd (1). Tijdens de ondervraging vroegen ze de Shaych: “Ben jij degene die dit heeft geschreven?” Maar hij ontkende, en Allaah weet dat hij het niet heeft geschreven noch dat hij het op enige wijze ondersteunde. Maar na drie maanden in de gevangenis te zijn verbleven, werd er een bevel gegeven om buitenlanders te deporteren.
Toen de shaych na zijn uitzetting in Jemen arriveerde, ging hij terug naar zijn dorp en bleef daar een tijdje en onderwees hij de kinderen de Qor’aan. Voordat hij er erg in had, leek het alsof de hele wereld in een frontale oorlog tegen hem was. Telkens wanneer er problemen kwamen ging hij naar San’aa of naar Haashid of naar Dhimmaar, en ook naar Ta’iz, Ibb en Hoedaydah om da’wah te doen en de broeders te bezoeken.
Na enige dagen, stuurden enkele goeddoeners hem zijn bibliotheek uit Medina. Ze stuurden de boeken naar Sa’adah, maar het Hoofd van Verzendingen aldaar was kwaadwillig tegenover de Soennah. Sommige van de shaych’s metgezellen gingen naar hem toe om de boeken van hem te vragen, waarop hij zei: “Kom terug na Dhohr, als Allaah het wil.” Maar hij kwam niet terug naar Dhohr. In plaats daarvan mobiliseerde de Shi’ieten zich en vroegen de toezichthouders om de boeken in beslag te nemen omdat het Wahhaabie boeken waren!
De kosten, moeilijkheden en onrechtvaardigheid die hem overkwamen als gevolg van het proberen om zijn boeken in handen te krijgen waren verschrikkelijk! Veel van de broeders van de inwoners van zijn land namen grote moeite om hem daarin te steunen, waaronder Shaych ‘Abdoellaah bin Hoesayn al-Ahmar, Shaych Hazaa’ Dab’aan, de toezichthouders van het Leiding en Advies Centrum, zoals de Rechter Yahyaa al-Fasayyal (rahiemehoellaah), en broeder ‘Aa’id bin ‘Alie Mismaar. Na lange problemen zonden de mensen van Sa’adah een telegram naar de President ‘Alie bin ‘Abdillaah bin Saalih, dus hij verwees de zaak door aan de Rechter ‘Alie as-Samaan. De rechter stuurde Shaych Moqbil een brief en beloofde dat hij de bibliotheek aan hem zou overhandigen. En hij zei: “De mensen uit Sa’adah zijn erg strikt. Ze noemen de Geleerden uit San’aa ongelovigen.” Dus ging hij naar San’aa om zijn boeken te krijgen. Allaah beschikte voor dat zijn boeken arriveerde terwijl de Rechter ‘Alie Samaan het land uit was op een missie. Dus toen enkele van de broeders gingen om ervoor te vragen, zei het Hoofd van het Ministerie van Schenkingen tegen hen: “Deze boeken moet geïnspecteerd worden.” Dus sommige van de broeders van het Centrum voor Leiding en Advies mobiliseerden zich en gingen om de boeken vragen. Dus ze zeiden: “Deze boeken vallen onder onze rechtsbevoegdheid. We moeten ze onderzoeken, dus hetgeen wat rechtschapen is overhandigen we aan al-Waadi’ie (shaych Moqbil) en wat de Religie overtreedt, houden we bij ons.“ Dus door dit te doen, ontdekten zij dat de boeken in feite puur religieus waren, waarop ze hen aan de shaych gaven zonder ze verder te inspecteren, moge Allaah hen belonen.
De shaych bracht deze boeken zijn land binnen. En zijn naasten bouwden een kleine bibliotheek en een kleine moskee, en stelden voor om voortaan daar Djoemoe’aa te bidden om tegenspoed en problemen te voorkomen. Soms baden ze daar terwijl er maar zes mensen aanwezig waren.
Een keer vroeg de gouverneur Haadie al-Hashieshi om hem, dus hij ging naar Shaych Qaa’id Majlie (rahiemehoellaah), die hem toen belde en zei: “Wat wil je van al-Waadi’ie?” Hij zei: “Niets, behalve dat ik hem wil leren kennen.” Dus hij zei: “We zullen hem opzoeken in zijn instituut.”

In een ander voorbeeld, een andere leider vroeg om hem en dus ging Hoesayn bin Qaa’id Majlie met hem mee om hem te zien. Hij (Majlie) begon te praten over de Shie’ah en legde hem uit dat we opriepen naar de Qor’aan en Soennah en dat de Shie’ah ons haten omdat ze vrezen dat de waarheid over hen naar buiten zal komen. Dus deze leider zei: ”Voorzeker, de Shie’ah hebben de geschiedenis van Jemen besmet, dus zo lang als jullie Da’wah is zoals jullie zeggen dat die is, roep dan ernaar op en wij zijn met jullie.”
Na dit alles spendeerde Shaych Moqbil enige tijd met zijn bibliotheek. Maar er waren maar een paar dagen voorbij, toen er enkele Egyptische broeders kwamen, waarop er lessen werden gestart over enkele van de boeken van Hadieth en de Arabische taal. Vervolgens bleven er maar studenten komen uit Egypte, Koeweit, de Heilige Landen (Mekka en Medina), Najd, ‘Aden, Hadramaut, Algerije, Libië, Somalië, Zweden en andere moslim en niet-moslim landen. Het aantal studenten bereikte op een gegeven moment tussen de 600 en 700 studenten, waaronder wel 170 families! (2) En Allaah is Degene die hen voorzag met voedsel.
Zijn Studenten:
Vanonder zijn meest prominente studenten waren onder andere:
- Shaych Mohammed Ibn ‘Abdoel-Wahhaab al-Wassaabie, hij is één van de oudste en meest voorname studenten van de shaych. Zelfs dusdanig dat Shaych Moqbil over Shaych Mohammed sprak als “mijn khaliefah”. Zijn specialiteit is Fiqh (Islaamitische Regelgeving), en heeft een centrum voor Islaamitische studies in Hoedaydah in Jemen.
- Shaych Yahyaa al-Hadjoerie, hij is één van de meest noemenswaardige studenten van Shaych Moqbil ibn Haadie’. Hij studeerde 10 jaar onder de shaych, en geeft nu zelf les aan de studenten op Daaroel-Hadieth in Dammaaj, waar hij van Shaych Moqbil persoonlijk de leiding over heeft gekregen. Shaych Yahyaa heeft ooit Engeland bezocht voor da’wah doeleinden en om les te geven, hij is welbekend onder de andere studenten van Shaych Moqbil en staat er om bekend extreem streng te zijn tegen innoveerders.
- Shaych Mohammed al-Iemaam, een van de bekende geleerden uit
Jemen. Hij heeft zijn eigen studiecentrum waar studenten uit de hele wereld naar toe komen.
- Shaych 'Abdoel-'Aziez al-Bora'ie, een van de bekende studenten van
de Shaych en een goed uitnodiger en verkondiger. Hij is ook een keer in Engeland geweest om lezingen te geven.
- Shaych Saalih al-Bakrie, een bekende student die onder andere de
zaak Aboel-Hassan al-Masrie aan het rollen heeft gezet.
- Oem Salamah, de vrouw van de Shaych. Zij heeft behoorlijk wat goede
boeken samengesteld en is een goede student van de kennis.
- Oem 'Abdillaah, de dochter van de Shaych. Zij staat bekend voor haar
inzet voor de vrouwen en het onderwijzen van de verschillende vakken van de Islaamitische wetgeving aan hen.
- En zo heeft de Shaych nog honderden andere studenten in Jemen,
Saoedie-Arabië, Egypte en vele andere landen en werelddelen die door de jaren heen bij hem gestudeerd hebben...
Zijn Karaktereigenschappen en Gedragingen:
Shaych Yahyaa al-Hadjoerie (hafidhahoellaah) beschreef zijn shaych als volgt:
“Ik heb niemand gezien die meer hield van kennis dan hij, voor zover ik weet. En ik heb niemand gezien die meer van de Soennah hield dan hij, voor zover ik weet. Noch (iemand die) van de mensen van de Soennah hield (zoals hij). Bij Allaah, hierbij moet men denken aan een uitspraak van Abie Tamiem as-Sakhtiyaanie: “Als een man van de mensen van de Soennah dood gaat in het oosten of het westen, dan is dat alsof er een deel van mijn lichaam af is gevallen.” Kijk naar deze eigenschap die hier vermeld staat, dit is een eigenschap die Shaych Moqbil bezit. Hij (Shaych Moqbil) zei vaak: “De liefde voor de Soennah is verzonken in mijn bloed en vlees. En ik heb mijzelf als een gift gegeven om de mensen van Soennah te verdedigen.”
Als hij een student zag die oprecht is en profijt opdeed, dan zou hij hem alles geven wat hij maar kon, en hem helpen op alle mogelijke manieren die hij kon. Als voorbeeld; op een dag hadden een aantal studenten geen eten. En de shaych had een schaap om te melken voor zijn dochter. Deze schaap was alleen voor zijn kleine dochter, maar toen hij zag dat zijn studenten geen eten hadden, slachtte hij het.
Deze man (Shaych Moqbil), er komt een student naar hem toe en gaat in het openbaar met hem discussiëren. Hij geniet, en is blij met de discussie tussen hem en de student, en de student vraagt om zijn bewijs omtrent een bepaalde aangelegenheid. Soms bediscussiëren wij vijf tot tien minuten een bepaalde zaak maar hij vertoonde geen enkel teken van irritatie, helemaal niet.
Betreffende zijn onthouding van deze wereld; zijn huis is van klei gemaakt en zijn plafond van hout. Voorheen, als er iets van rijkdom naar hem kwam hield hij het niet één dag bij zich. Hij verdeelde het onmiddellijk onder de studenten. En zelfs vandaag de dag (de shaych leefde toen nog), hij heeft geen enkele rijkdom. De rijkdom die kwam verdeelde hij onder zijn studenten. De telefoon die de studenten hebben en het faxapparaat, niets ervan is bij hem.
Hij zocht continu kennis. Eén van onze broeders sliep in zijn huis, hij zei: “Ik bemerkte dat hij altijd maar een beetje sliep, ongeveer drie uur of zoiets als dat. Elke keer als ik naar hem keek was hij in de boeken aan het zoeken.
Zijn studenten, elke nacht zou één van hen hem bewaken. Dus degene die de lijfwacht was van de shaych moest bij hem zijn, met hem naar buiten gaan, overal met hem naar toe gaan, zo ging dat. En zij brachten kip voor hem en zijn gast. En ze zagen dat hij de kip aan de mensen gaf en hij zelf de rijst op at, en als hij iets van het vlees at dan was het heel erg weinig.” [Genomen van de cassette “Waarom is Allaah boos op ons” door Shaych Yahyaa al-Hadjoerie]
Enkele Ervaringen gedurende zijn Da’wah in Jemen:

Shaych Moqbil Ibn Haadie over enkele van zijn belevingen tijdens het opbouwen en in stand houden van de Selefie-Da’wah in zijn streek:

“Allaah Lof is aan Allaah, de meeste van de mensen uit Waadi’ah, hetgeen naast Sa’adah ligt, verdedigden mij en de Da’wah. Sommigen van hen wensten de Religie te beschermen en anderen verdedigden hun toewijding aan hun stam. Als het niet vanwege ten eerste Allaah was en vervolgens hen, dan zouden de vijanden van de (Selefie) Da’wah, en in het specifiek de Shie’ah van Sa’adah, geen enkel teken of spoor van ons overgelaten hebben.
Ik zal wat voorbeelden van hen noemen, waarvoor ik Allaah vraag om hen te belonen, één ervan was wanneer ik zware tegenstand ondervond in de Haadie Moskee omdat ik mensen weghaalde van de (Shi’ietische) da’wah daar. Dus enkele mannen van Waadi’ah en anderen steunden mij (zelfs) tot het punt dat Allaah mij redde door hun handen. De Shi’ieten wensten mij te veroordelen. Dit was de tijd van Ibrahiem al-Hamdie. En kwaadaardige mensen van onder de Communisten en Shi’ieten maakten er werk van en zetten mij gevangen voor een periode van elf dagen gedurende de Ramadan. Ongeveer vijftig van de jeugdigen van Waadi’ah kwamen mij tijdens sommige nachten bezoeken in de gevangenis, terwijl nog een andere honderdvijftig van hun mannen naar de gevangenisbewaarders gingen tijdens deze nachten, zo vaak zelfs dat de bewaarders het zat werden en mij vrij lieten uit de gevangenis, alle Lof is aan Allaah.
Een ander voorbeeld is dat de vijanden van de Da’wah soms naar Dammaaj kwamen met hun wapens, waarop zij vervolgens weg werden gedreven door de mensen van Dammaaj en werden ze gedwongen om in vernedering te vertrekken.
Een ander voorbeeld is tijdens onze reizen. Wanneer ik zei: “We willen gaan reizen”, dan zouden ze met elkaar wedijveren, moge Allaah hen beschermen, om te kijken wie met mij mee ging en mij zou beschermen. Dus soms gingen we op enkele van onze reizen met zo’n vijftien auto’s!
Tijdens deze dagen groeide de Da’wah op een voortreffelijke manier, alle Lof is aan Allaah, ik was al ouder geworden. Wellicht had ik in dit stadium de leeftijd bereikt van ongeveer 62 jaar. Dus het was door de rampspoeden en het advies van degenen die van de Da’wah houden, wat mij ertoe dreef om vriendelijk te zijn en om niet door te gaan met de vijanden, welke niets anders hebben dan beledigingen en scheldpartijen. Tevens, door de lessen die ik gaf, mijn schrijfwerken en het doen van Da’wah, was ik niet in staat om de tijd te vinden om me bezig te houden met die vijanden. Dus laat hen zeggen wat ze willen, want ik heb veel zonden, en misschien zullen mijn zonden wat verlicht worden door hun laster, en zullen zij (de zonden) op hun schouders vallen in de plaats van de mijne.”
Enkele van zijn Boeken en Schrijfwerken:
- Atali’a fie ar-Raddie ‘ala Ghoelettie as-Shie’ah
- Tahriem al-Ghriedhab bis-Sawwad
- Shari’at as-Salaat fie an-Nie’al
- As-Sahieh al-Moesnad min as-Babie an-Noezoel
- As-Sahieh al-Moesnad mimmaa laysa fis-Sahiehain
- Hawla al-Qobatie al-Mabnieyatie ‘ala Qabrie Rasoel Salallaahoe
‘alayhie wasellem
- As-Shafa’a
- Riyaad Al-Djannaah fie Raddie ‘ala ‘adaie as-Soennah
- As-Soeyoef al-Baatiera li-ielhaadie as-Shoeyoe’iyah al-Kafira
- Al-Moeghradji mina al-Fitnah
- Al-Ilhaad al-Khoemeinie fie ardie al-Haramain
- Qam’a al-Moe’anied wa Zadjrie al-Haaqidie al-Haasied
- Idjabatoe as-Sa’ili ‘an ahamie al-Masaaiel
- Ahadieth moe’iela dhahiroha as-Siha
- Tohfatoe as-Shabi ar-Rabbani fie ar-Raddie ‘ala al-Iemaamie
Mohammed bin ‘Alie as-Showkaanie
- Raratoe al-Fasli ‘ala al-Moe’tadiena ‘ala Koetoebi al-‘Ielal
- Idaahoe al-Maqaal fie as-Babie az-Zilzaal
- ‘Ilaan an-Nakier ‘ala ashaabie ‘iedie al-Radier
- ‘Iqamatoe al-Boerhaanie ‘ala Dhalalie ‘Abdoer-Rahiem at-Tahaan
- Fadaa’ih wa Nasaa’ih
- Al-Borkaan lienasfie Djamie’atie al-Iemaan
- Iskaatoe al-Kalbie al-‘Aawie Yoesoef bin ‘Abdoellaah al-Qardaawie
- Tohfatoe al-Moedjiebie ‘an asielatie al-Hadhir wa al-Rarieb
- Az-Zindaanie wa madjlis ashoera lie Shaychaat fie al-Yemen
- Safatoe al-Zilzaalie lienasfie abaatilie ahlie ar-Rafdie wa al-‘Itizaal
- Al-Moeqtarah fie ‘Ilm-il-Moestalah
Lofprijzingen van de Geleerden:

Shaych Mohammad bin Saalih Al-‘Othaymien zei:
“Zeg tegen hem dat ik hem beschouw een Moedjaddid te zijn.”
Shaych Mohammed Naasir ud-Dien al-Albaanie zei:
“Het vernederen en kleineren van deze Shaychs (doelende op Shaych Rabie' ibn Haadie al-Madchaalie en Shaych Moqbil ibn Haadie al-Waad’ie), degenen die oproepen naar de Qor’aan en Soennah en waar de Selefoes-Saalih op waren, en die een oorlog voeren tegen degenen die de correcte methodologie tegengaan. En zoals het voor iedereen duidelijk is, komt zoiets alleen van twee soorten mensen. Of het komt van iemand die ontwetend is of van iemand die zijn begeerten volgt. Als hij ontwetend is dan kan hij onderwezen worden. Maar als hij iemand is die zijn begeerten volgt, dan zoeken we Allaah’s bescherming tegen het kwaad van deze persoon. En we vragen Allaah de Machtige en Sublieme, om hem te leiden of zijn rug te breken.” [Genomen van een cassetteserie “Silsilah al-Hoedaa wan-Noer”: 1/851]
Shaych Rabie’ ibn Haadie al-Madchaalie zei over hem:
“Hij is de moedjaddid in de landen van Jemen.”
Tevens zei Shaych Rabie’ ibn Haadie al-Madchaalie over hem:
“Er kan niemand gevonden worden vanaf de tijd van ‘Abdoer-Razaaq as-San’aanie tot vandaag de dag, iemand die de Da’wah tot stand heeft gebracht en herleeft zoals Al-Waadi’ie” [Deze citaten komen uit het boek “Noebdhah Moekhtasarah” van Shaych Moqbil’s dochter Oemm ‘Abdillaah (blz. 46)]
Zijn Dood:
Doordat het al enige tijd bekend was onder de mensen dat de shaych erg ziek was en enorm veel pijn leed, en doordat de mensen hier wijdverspreid over spraken, werd er enige malen (onterecht) het nieuws verspreid dat de shaych overleden zou zijn. En door toedoen van het nieuws dat deze mensen (moge Allaah hen vergeven) verspreidden, waren er mensen die het Djanaazah-gebed over de shaych baden terwijl hij niet eens overleden was. Dus toen de Shaych werkelijk overleed, was er zowel vertwijfeling en verbijstering bij degenen die afwezig waren, maar misschien nog wel meer bij degenen die aanwezig waren bij de Shaych, toen zij zijn overlijden met eigen ogen aanschouwden.

Shaych Moqbil Ibn Haadie Al-Waadi’ie overleed op de 2e van Djoemaadal-Oolaa, 1422 N.H. (oftewel 21 juli 2001) door een leverziekte waar hij al een lange tijd aan leed, en waarvoor hij naar Amerika, Duitsland en Saoedi-Arabië reisde tijdens het laatste gedeelte van zijn leven om er behandeling voor te zoeken. Hij was ongeveer 70 jaar toen hij stief in Jeddah. Zijn begrafenis gebed werd gehouden in Mekka en hij werd begaven in Al-‘Adl Begraafplaats dichtbij de graven van de Shaychs Ibn Baaz and Ibn Al-‘Othaymien, moge Allaah hun allen genadig zijn.
Shaych Moqbil bin Haadie al-Waadi’ie was een Allaamah, een Moehadieth, hij kende ‘Sahieh Al-Boechaarie’ en ‘Sahieh Moeslim’ en enkele andere boeken van hadieth helemaal uit zijn hoofd. De Shaych muntte 30 jaar lang uit in zijn Djihaad in kennis, lesgeven, Da’wah naar Allaah, Tarbiyah en geven van leiding. Hij was een doorn in het oog voor de innoveerders, maar bleef ondanks alle weerstand en beschimpingen staan als een pilaar. Hij was een voorbeeld voor degenen die uitnodigen naar het Pad van Allaah. De Vernietiger van Innovaties…
Moge Allaah, de shaych rijkelijk belonen voor al zijn harde werken, en hem zijn zonden vergeven, en hem een plaats in de Hemel schenken naast de Profeten en de Martelaren, amien.
(1): De reden hiervoor was omdat er een grote chaos en fitnah was ontstaan door een man genaamd Djoehaymaan bin Mohammad al-‘Utaybie, een dwalende uit Saoedi-Arabië die in 1979 bewapend de Grote Moskee in Mekka overnam met honderden volgelingen, en het voor enkele dagen bezet hield. Daarop stonden de grote geleerden het toe om geweld te gebruiken in de heilige plaats van de Ka’bah om het terug te kunnen winnen. De Saoedische Nationale Wacht overmeesterde hen ongeveer twee weken later nadat er veel bloed vergoten was en er slachtoffers waren gevallen aan zowel de kanten van de Rebbelen als het Saoedische leger. De overgebleven dissidenten werden gevangen genomen en later onthoofd. Shaych Al-Albaanie (rahiemehoellaah) vermelde deze Djoehaymaan in zijn boek ‘as-Sahiehah’ (5/872), zeggende: “…En zoals de volgelingen van de Saoediër Djoehaymaan, die fitnah veroorzaakte in de Grote Moskee in Mekka in het begin van de jaren 1400 N.H. Hij claimde dat de verwachte Mahdi met hem was, en verzocht degenen die aanwezig waren in de moskee om hem bay’ah (eed van trouw) te geven. Sommigen van de naïeve, achteloze en kwaadaardige mensen volgden hem. Toen maakte Allaah een einde aan hun fitnah, nadat zij veel bloed van de moslims vergoten hadden.”
(2): Er moet hierbij vermeld worden dat deze uitspraak van de tweede editie van zijn autobiografie komt, hetgeen in 1999 is gedrukt. Sinds die tijd zijn deze aantallen voortdurend toegenomen, dusdanig dat vandaag de dag de school van Shaych Moqbil, waar nu door Shaych Yahya Al-Haadjoerie les wordt gegeven en door hem wordt gerund, wel 1000 studenten zitten met 500 families, alle lof is aan Allaah!
Mail naar info@SelefiePublikaties.com voor vragen en opmerkingen over deze site.
Copyright © 2003-2007 Selefie Publikaties