Betreffende het zeggen van: Allaah de Almachtige, heeft de Waarheid gesproken
Sadaqallaahoel-Adiem



Geschreven door Shaych Abdoel-‘Aziez bin Baaz


Vraag:

"Als ik eindig met het lezen van een gedeelte van de Qor’aan, mag ik dan het volgende zeggen: "Allaah de Almachtige, heeft de Waarheid gesproken (Sadaqallaahoel-Adhiem)"?"

Antwoord:

"Ondanks dat deze handeling erg populair is geworden onder Moslims, heeft het geen voorganger noch basis of fundament in de Islaam. Daarom moet men het niet tot een gewoonte of ritueel maken om deze zin uit te spreken na het lezen van de Qor’aan. De betekenis van de volgende hadieth is van toepassing op deze handeling:

"Eenieder die een handeling verricht die niet van onze aangelegenheid is, dan zal het verworpen worden."

En ondanks dat we deze handeling dan wel geen innovatie (bid’ah) noemen, is het desalniettemin gelijksoortig aan een innovatie. Sommige mensen gaan zelfs naar verdere extremen, door deze zin tijdens het gebed uit te spreken.

Het zeggen van: "Allaah de Almachtige, heeft de Waarheid gesproken" na het reciteren van de Qor’aan is niet overgeleverd van de Profeet (salallaahoe 'alayhie was sallem), zijn Metgezellen (radiallaahoe 'anhoem), noch van de vrome vroege generaties van de Moslims. Dus alleen omdat deze handeling nu wijdverspreid is, en omdat enkele mensen het goedkeuren, betekent niet dat het wettig is. Als je een vers van de Qor’aan leest waarover je ontzag hebt, vanwege hetgeen het vers betekent aan diepzinnige betekenis, dan mag je in zo’n situatie zeggen: "Allaah de Almachtige, heeft de Waarheid gesproken." Maar voor zover wij weten, is er geen basis voor jou om het als gewoonte te zeggen, telkens als je de Qor’aan leest. Wij zijn pas tot deze beslissing gekomen na het grondig onderzocht te hebben en na het besproken te hebben met de mensen van kennis."

Arabische Bron: Fataawa Ibn Baaz