[CENTER:d214f402a3]بِسْمِ اللّهِ الرَّحْمنِ الرَّحيمِ[/CENTER:d214f402a3]

[CENTER:d214f402a3]HET PLAATSEN VAN DE HANDEN IN HET GEBED

Uit het boek: ''The Salah of a Believer in the Quran and Sunnah'' van:
Shaykh Abu Yusuf Riyadh ul Haqq [1]

Vertaler: Abu Naim al Halmundi



DE POSITIE VAN DE AHLA SUNNAH WAL DJAMA'AH GELEERDEN:[/CENTER:d214f402a3]

Imam Tirmizi overlevert in zijn Sunan:

''Het op elkaar leggen van de handen in het gebed, is een handeling van de geleerde Sahaba, Tabi'un en Tab' Tabi'in. Zij zijn van mening dat de individu in het gebed zijn rechterhand over zijn linker plaatst. Sommigen van hen geloven dat de positionering van beide handen boven de navel is, terwijl anderen beweren dat het onder de navel dient geplaatst te worden. Beiden zijn toegestaan in hun mening.''[2]

Zoals beschreven door Imam Tirmizi , de exacte positie van de handen in het gebed is een punt van meningsverschil tussen de geleerden. De verzameling van overleveringen betreffende deze topic bevatten referenties voor beiden posities (boven & onder de navel) Beide methodes zijn vanaf de tijd van de sahaba ( r.anhum) tot op de dag van vandaag in uitvoering gebleven.

Het is noemenswaardig dat Imam Tirmizi geen vermelding maakt over het plaatsen van de handen op de borst, dat het iemands uitoefening of mening was.



[CENTER:d214f402a3]DE POSITIE VAN DE 4 WETSSCHOLEN (MADHAATIB):[/CENTER:d214f402a3]

Hieronder citeren we de standpunten van de 4 madhaatib (wetscholen).

- De fatwa van de Hanafi geleerden voor mannen is de dat de handen onder de navel geplaatst worden.

- De fatwa van de Hanbali geleerden is dat de handen onder navel geplaatst worden.

- De fatwa van de Shafi' geleerden is dat de handen boven de navel en onder de borst geplaatst worden.

- De fatwa van de Maliki geleerden is dat het mandub is (men een vrije keuze heeft) om de handen te laten hangen of ze boven de navel en onder de borst te plaatsen.

De bovenstaande posities van de 4 madhaatib (wetscholen) zijn de ''Muftabih Qawl'', dat wil zeggen de standpunt waarmee fatwa wordt gegeven in de madhab (wetschool).[3]



[CENTER:d214f402a3]DE ZWAKHEDEN VAN DE OVERLEVERINGEN OVER HET PLAATSEN VAN DE HANDEN OP DE BORST, EN HET BEWIJS DAT ZE NIET ALS BEWIJS GELDIG ZIJN.[/CENTER:d214f402a3]


- Overlevering 1:

Wail bin Hujr (ra) zegt; ''Ik bad met de Profeet (sallallahu alaihi was sallam) en hij legde zijn rechterhand over zijn linkerhand op zijn borst.''[4]

Imam Nimawi zegt; De ketting van overleveraars (isnad) is twijfelachtig, en de toevoeging van de woorden ''op zijn borst'' zijn niet authentiek en niet vastgesteld.

Deze hadith is overgeleverd van Muammal bin Ismail van Sufyan al Thawri van Aasim bin Kulayb van Wail bin Hujr (ra) — Echter het is alléén Muammal bin Ismail die de toevoeging van de woorden ''op zijn borst'' verhaald van Sufyan al Thawri. Sufyan al Thawri's andere student Abdullah bin al Walid welke deze overlevering ook van hem verhaald voegd deze toevoeging van de woorden ''op de borst'' niet toe in zijn overlevering zoals opgetekend in de Musnad van Imam Ahmad.[5]

Andere overleveraars die deze overlevering verhalen samen met Sufyan al Thawri van Aasim bin Kulayb hebben ook niet deze toevoeging van de woorden ''op zijn borst'' verhaald in hun overleveringen. Observeer de volgende lijst van overleveraars welke de zelfde overlevering hebben verhaald van Aasim bin Kulayb, maar geen enkele heeft de extra woorden ''op zijn borst'' toegevoegd zoals verhaald door Muammal bin Ismail.

- Sh'ubah, Abdul Wahid, and Zubair bin Muawiyah in Imam Ahmad's Musnad.[6]

- Zaidah in Imam Ahmad's Musnad, Darimi, Abu Dawud. Nasai en Bayhaqi.[7]

- Bishr bin al Mufaddhal in Ibn Madjah, Abu Dawud and Nasai.[8]

- Abdullah bin Idris in Ibn Madjah.[9]

- Salam bin Salim in Abu Dawud Tayalisi's Musnad.[10]

Er zijn veel meer ketting van overleveraars voor deze overlevering, maar geen een bevat de toevoeging van de woorden ''op zijn borst''. Dus het is duidelijk dat dit Muammal bin Ismail's eigen foutieve toevoeging is aan de overlevering.

Ibn al Qayyim zegt daarom ook in zijn I'laam al Muwaqqieen; ''Niemand heeft 'op zijn borst' gezegd behalve Muammal bin Ismail.''[11]

Daarom zoals Imam Nimawi heeft geconcludeerd in zijn al T'aliq al Hasan, deze overlevering met de toevoeging van de woorden ''op zijn borst'' is extreem zwak (daif jiddan)

Het is een geaccepteerde principe van overleveringen (Usuul al Hadith) dat als een bepaalde authentieke en betrouwbare overleveraar in tegenstrijd is met andere gelijkwaardig of meer betrouwbare overleveraars in zijn bewoording van een overlevering, dan wordt deze overlevering tegenstrijdig (shaadh) verklaard en niet geaccepteerd. Als dit het geval is met authentieke overleveraars, dan kan een onregelmatige toevoeging van de woorden ''op zijn borst'' niet geaccepteerd worden van een overleveraar welke hoewel door sommigen aanvaardbaar is verklaard; veel fouten maakt, en zwak van geheugen is zoals Muammal bin Ismail.

Bestudeer de volgende opmerkingen van de geleerden van Jarh en Tadil over Muammal bin Ismail:

Abu Hatim zegt; ''Hij is saduq (trouw), permanent in de sunnah, maar een van vele fouten.''
Imam Bukhari zegt; ''Muammal is Munkar al Hadith (verworpen in overleveringen wegens verhalen van verzonnen ahadith)''

(Mensen die Imam Bukhari als de ultime authoriteit met betrekking tot overleveringen zien zouden de volgende opmerking van Imam Bukhari moeten noteren: ''Het is niet toegestaan van iemand te overleveren welke ik als Munkar al Hadith heb gelabeld.''[12]

Dhahabi zegt in Al Kashif; ''is saduq (trouw), permanent in de sunnah ,maar een van vele fouten. Het is ook gezegd dat hij zijn boeken had begraven en vanuit zijn hart verhaalde en dus fouten maakte.''

Ibn Sa'd zegt; ''Hij is thiqah (betrouwbaar), doch een van vele fouten.''

Yakub bin Suyan zegt; ''Muammal Abu Abdul Rahman is een grootse sunni shaykh. Ik heb Sulayman bin Harb hem horen prijzen. Onze shaykh's adviseerden hem overleveringen te nemen, zeggende dat hem overleveringen niet zo zijn zoals de overleveringen van hem metgezellen. Op tijden is het verplicht voor de mensen van kennis om afstand te nemen van zijn overleveringen aangezien hij munkar (verzonnen) overleveringen verhaalde van zelfs zijn authentieke leraren. Dit is zeer ernstig, want als hij die munkar (verzonnen) overleveringen van zwakke autoriteiten zou verhaald hebben zouden wij hem geëxcuseerd hebben.''

Saji zegt; '' Hij maakt overdreven veel fouten. Hij is saduq (trouw), maar een van vele fouten. Hij heeft fouten welke veel te lang zouden duren om ze op te noemen.''

Muhammad bin Nasr al Marwazi zegt; ''Als Muammal alleen een bepaalde overlevering verhaald, dan is het verplicht om te pauzeren en de overlevering te onderzoeken aangezien hij een slechte geheugen had en overdreven fouten maakte.''[13]

Hafidh Ibn Hajar heeft in zijn Fath al Bari duidelijk gemaakt dat er zwakte's zijn in Muammal bin Ismail's verhalingen van Sufyan al Thawri.[14]

De bovenstaande overlevering in kwestie heeft deze keten van overlevering.

We moeten ook niet vergeten dat de sahabi die deze overlevering verhaald; Wail Bin Hujr (ra) een inwoner van Kufa was, en de toepassing van de mensen uit Kufa was om de handen onder de navel te plaatsen. Er is niks dat zou suggereren dat hij in tegenspraak was tot dit. Sufyan al Thawri, van wie Muammal bin Ismail bovenstaande hadith verhaald is zelf van mening dat de handen onder de navel dienen geplaatst te worden zoals vermeld door Ibn Qudamah en de auteur van Bughyah al Alma'i.[15]


- Overlevering 2:

Hulb (ra) verhaald; ''Ik zag de Profeet (sallallahu alaihi was sallam) vanuit zijn rechter en linkerkant draaien en ik zag hem ook dit op zijn borst plaatsen.''

Yahya -een van de overleveraars- beschrijft ''dit'' zijnde als de rechter op de linkerhand op de pols.[16]

De bovenstaande overlevering bevat de woorden ''op de borst''. Deze extra bewoording is niet met zekerheid vastgesteld of bevestigd, omdat van alle overleveraars die deze hadith van Simak verhalen, er maar één deze extra bewoording verhaald.

Observeer de volgende verhalingen van dezelfde overlevering zonder de extra woorden van ''op de borst''.

- Abu al Ahwas verhaald van Simak bin Harb van Qabeesah bin Hulb van zijn vader dat de Profeet (sallallahu alaihi was sallam) ons in het gebed leidde en zijn linkerhand met zijn rechter vasthield.[17]

- Shareek verhaald van Simak van Qabeesah bin Hulb van zijn vader welke (naar het einde van een langere hadith) zegt ; ''Ik zag hem zijn ene hand over de andere plaatsen en ik zag hem ook een keer naar rechts en een keer naar links draaien.''[18]

-Wakee verhaald van Sufyan van Simak bin Harb van Qabeesah bin Hulb van zijn vader welke zegt; ''Ik zag de Profeet (sallallahu alaihi was sallam) zijn rechterhand op zijn linker plaatsen in het gebed en ik zag hem ook wegdraaien naar zijn rechter en linkerkant.[19]

- Daruqutni overleverd van Abdul Rahman bin Mahdi en Wakee', van Sufyan van Simak bin Harb van Qabeesah bin Hulb van zijn vader welke zegt; ''Ik zag de Profeet (sallallahu alaihi wa sallam) zijn rechterhand op zijn linker plaatsen in het gebed.''[20]

De bovenstaande overleveringen tonen duidelijk aan dat de woorden ''op de borst'' een onbetrouwbare toevoeging is van één van de overleveraars en daarom is deze specifieke overlevering shaadh (in tegenstrijd)

Imam Nimawi voegd toe in zijn al T'aliq al Hasan:

''Ik heb de verdenking dat de bewoording van deze overlevering zonder opzet is veranderd door een schrijver. De correcte bewoording zou ogenschijnlijk "Yadhau hadhihi ala hadhihi" dus ''Hij plaatste deze hand op deze hand'' moeten zijn en niet "hadhihi ala sadrihi" dus ''Deze hand op zijn borst'' Alleen deze bewoording is in lijn met de verklaring van een van de overleveraars zoals het is vermeld in de overlevering; ''Yahya —een van de overleveraars- beschrijft dit zijnde als de rechter op de linkerhand op de pols.'' Dit zou dan ook overeenkomen met alle andere verhalingen van deze overlevering die niet de woorden ''op de borst'' bevatten, en het zou ook verklaren waarom de volgende auteurs het niet in hun uitvoerige collecties hebben opgetekend: Haithami in zijn Majm'a al Zawaid, Suyuti in zijn Jam' al Jawami, en Ali al Muttaqi in zijn Kanz al Ummal. En Allah weet het beste.''[21]

De auteur van Awn al M'abud geeft ook toe dat het commentaar van Yahya —een van de overleveraars van de betreffende overlevering- niet overeenkomt met de bewoording van de overlevering.


- Overlevering 3:

Tawus overleverd dat de Profeet (salallahu alaihi was sallam) gewend was zijn rechterhand over zijn linker te plaatsen, en ze stevig op zijn borst vast te klampen tijdens het gebed.[22]

Imam Nimawi heeft deze overlevering zwak verklaard.[23]


Deze hadith is mursal (een overlevering verhaald van de Profeet 'salallahu alaihi was sallam' door een Tabi' met de missende link van een Sahabi) en de ketting van overleveraars bevat Sulaiman bin Musa welke door sommige geleerden als zwak is geclassificeerd. Imam Bukhari claimd dat hij munkar (verzonnen) overleveringen heeft. Imam Nasai zegt dat hij niet sterk is in Hadith (overleveringen). Hafidh Ibn Hajar zegt in Al Taqrib; ''Hij is saduq (trouw) en een faqih (wetgeleerde). Er is enige zwakte in zijn overleveringen.'' Bovendien Abu Dawud heeft dezelfde overlevering opgetekend in zijn Marasil maar met een andere bewoording. In plaats van ''hij klampte ze stevig op zijn borst vast'' luid die overlevering; ''hij omwindde zijn vingers van zijn handen op zijn borst''[24]


- Overlevering 4:

Wail bin Hujr verhaald; ''Ik was aanwezig bij de Profeet (salallahu alaihi was salam). Hij stond op, ging naar de masjid en betrad de mihraab. Hij hief zijn handen met de takbir en plaatse daarna zijn rechterhand over zijn linker op zijn borst.''[25]


Imam Nimawi zegt;

''De keten van overleveraars is extreem zwak (daif jiddan). Dhahabi heeft over Muhammad bin Hujr in Mizaan gezegd dat hij munkar (verzonnen) overleveringen heeft. Imam Bukhari heeft gezegd dat er een probleem over hem is. (Imam Bukhari gebruikt vaak deze uitdrukking om de zwakte van een overleveraar te beschrijven.) Ibn al Turkmani zegt; ''De moeder van Abdul Jabbar is de moeder van Yahya. Ik weet niet haar naam of haar details (graad van betrouwbaarheid).'' Said bin Abdul Jabbar is ook zwak. Dhahabi citeert Imam Nasai als zeggende dat Said bin Abdul Jabbar niet sterk is. Hafidh Ibn Hajar zegt in Taqrib; ''Said bin Abdul Jabbar al Hadhrami al Kufi is zwak.''[26]


- Overlevering 5:

Aqabah bin Sahban verhaald dat Ali (ra) becommentariërend op de vers [Bid daarom tot uw Heer en offer] uitlegde, dat dit betekend om de rechterhand op het midden van de linker te leggen en ze op de borst te plaatsen.[27]

Ibn al Turkmani zegt dat zowel de keten van overleveraars als de tekst van deze overlevering mudharib zijn.[28]


- Overlevering 6:

Abu al Jawz verhaald van Ibn Abbas (ra) dat hij over de vers [Bid daarom tot uw Heer en offer] zei: Dit betekend het plaatsen van de rechterhand op de linker in het gebed, op de borst.[29]

Imam Nimawi heeft de isnad (keten van overleveraars) van deze overlevering zwak verklaard.

Hij zegt; ''Rawh bin al Musayyab is matruk (verlaten in overleveringen).'' Ibn Hibbaan zegt dat Rawh bin al Musayyab fabricatie's verhaald en toeschrijft aan zelfs betrouwbare autoriteiten. Het is niet toegestaan om van hem te verhalen. Ibn Adiyy zegt dat zijn overleveringen niet behoudend zijn.[30]

De keten bevat ook een derde overleveraar; Amr bin Malik al Nakri. Ibn al Turkmani schrijft over hem in zijn Jawhar al Naqiyy zeggende;

''Ibn Adiyy heeft gezegd dat Amr al Nakri Munkar al Hadith (verworpen in overleveringen wegens verhalen van verzonnen ahadith) zelf als hij van betrouwbare autoriteiten overlevert. Hij plagieerde overleveringen en Abu Yala al Mawsili verklaarde hem zwak.''[31]

De correcte tafsir (uitleg) van deze vers:

Ibn Jarir al Tabari citeerd de tafsir (uitleg) van de ulema (geleerden) van welke hij verklaard de meest correcte te zijn;

De betekenis van deze vers is dat;

''Oh Boodschapper van Allah! Maak al jou gebeden oprecht in de naam van jou Heer, zonder enige aandeel voor valse goden en heiligheden, en maak ook al jou opofferingen alleen in de naam van jou Heer zonder enige aandeel voor enig afgod.''

Ibn Kathir heeft ook deze uitleg van Ibn Jarir al Tabari geciteerd zeggende dat het een zeer goede uitleg van hem is.


[CENTER:d214f402a3]CONCLUSIE:[/CENTER:d214f402a3]

De overleveringen met betrekking tot het plaatsen van de handen op de borst zijn overleveringen die niet als bewijs kunnen dienen, sommige zijn zwak (daif) terwijl anderen extreem zwak (daif jiddan) of in tegenstrijd zijn met authetiekere overleveringen (munkar). Elke overlevering bevat wel een of meerdere overleveraars die; een zwakke geheugen hebben en dus als zwak zijn bestempeld, extreem veel fouten maken, wiens overleveringen verlaten zijn (matruk), of bestempeld zijn van het overleveren van verzonnen overleveringen (munkar). Het is ook niet correct om te zeggen dat de verschillende overleveringen elkaar versterken tot de de graad van één hasan (goede) overlevering, dit is door de hevige zwakheden die zijn gevonden in de verschillende overleveringen. Vandaar dat deze overleveringen niet als bewijs kunnen dienen en het niet toegestaan is om erop te handelen, en waarschijnlijk ook de reden waarom geen één van de madhaadib het plaatsen van de handen op de borst als een standpunt heeft genomen. Want waren deze overleveringen authentiek(-er dan de overleveringen van de handen boven of onder de navel plaatsen) dan hadden de mujtahid's van de madhaadib deze als bewijs genomen. Wallahu ahlam.


[CENTER:d214f402a3]VOETNOTEN:[/CENTER:d214f402a3]


[1] Met enkele kleine aanvullingen van mij (Vertaler)
[2] Tirmizi 252
[3] Kitab al-Fiqh 'Ala al-Madzahib al-Arba'ah 249-262
[4] Ibn Khuzaimah, 479
[5] Ahmad 18392
[6] Ahmad 18398, 18371 & 18397
[7] Ahmad 18391, Darimi 1357, Abu Dawud 726, Nasai 889 en Bayhaqi 2325
[8] Ibn Madjah 810, Abu Dawud 726 & 957, en Nasai 1265
[9] Ibn Madjah 810
[10] Abu Dawud Tayalisi 1020
[11] I'laam al Muwaqqieen 2/361
[12] Mizan al I'itidal. 1/119
[13] Zie Tahdhib al Tahdhib
[14] Fath al Bari, 9/297
[15] Ibn Qudamah in al Mughni 2/23, en anderen zoals geciteerd door de auteur van Bughyah al Alma'i 1/316)
[16] Ahmad 21460. Allamah Hashim Sindi zegt in zijn Dirham al Surrah pag.113 dat Simak bin Harb en Qabisah (twee van de overleveraars van deze overlevering) beiden zijn geringgeschat door sommige Ulema van Jarh en Tadil.
[17] Ibn Abi Shayba 3934, Ahmad 21467, Ibn Madjah 809, Tirmizi 252. Imam Tirmizi zegt dat dit een Hasan Sahih overlevering is.
[18] Ahmad 21464
[19] Ahmad 21461 & 21475
[20] Daruqutni 1087
[21] al T'aliq al Hasan (1/145)
[22]Abu Dawud 759
[23] al T'aliq al Hasan 1/145. Allamah Hashim Sindhi zegt in zijn Dirham al Surrah pag.27 dat de betrouwbaarheid van twee van de overleveraars is betwist: Sulaiman bin Musa en Haitham bin Humaid.
[24] Marasil Abu Dawud, p85
[25] Bayhaqi 2335
[26] al T'aliq al Hasan 1/145
[27] Bayhaqi 2337
[28] al Jawhar al Naqiyy 2/46
[29] Bayhaqi 2339. Allamah Hashim zegt in Dirham al Surrah pag.28, "De overlevering is zwak om twee redenen: Omdat het munqati (een missende link heeft in de keten) en ook vanwege drie overleveraars ervan; Amr, Yahya en Rawh zijn zwak. Dus dit zou in acht moeten worden genomen.Bovendien de auteurs van Muhit al Burhani en Majma al Bahrain hebben een Marfu hadith van Ibn Abbas (ra) overgeleverd met de woorden:''Het is van de Sunnah om de rechterhand op de linker te leggen en ze in het gebed beneden de navel te plaatsen.''
[30] al T'aliq al Hasan 1/146
[31] al Jawhar al Naqiyy 2/47