Musaylimah al-Kadhdhaab :Musaylimah de leugenaarVertaald door abdelaziz ezhar



Musaylimah was één van de personen die claimde dat hij een Profeet was ten tijde van de Profeet Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam). Musaylimah wordt duidelijk gezien door de moslims als een valse profeet, en wordt vaak genoemd bij zijn bijnaam الكذّاب al-Kadhdhaab (leugenaar) [Tafsir Ibn Kathir (Volume 1) By Shaykh Safiur Rahman Al Mubarakpuri, pg. 68]

Musaylimah zijn naam was Ibn Habib al-Hanefi, welk aanduidt dat hij de zoon was van Habib, van de stam Banu Hanifa, één van de grootste stammen van Arabië. Bewoners van de regio Yamamah.

Één van de eerste registraties van hem was eind 9de Hijri, het jaar van de delegaties toen hij samen op weg was met een delegatie van zijn stam naar Madinah. Bij deze delegatie waren er twee prominente moslims aanwezig. Deze mannen waren Nahar Ar-Rajjal bin Unfuwa (or Rahhal) [The Life of the Prophet Muhammad: Al-Sira Al-Nabawiyya By Ibn Kathir, Trevor Le Gassick, Muneer Fareed, pg. 69]

Toen de delegatie in Madinah arriveerde warden de kamelen vastgebonden in een reizigers kamp, en Musaylimah bleef daar achter om op te passen, terwijl de andere delegaties naar binnen gingen.Zij hadden een gesprek met Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) en zij omarmde islam. En zoals gewoonlijk gaf Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) geschenken aan de delegaties, en toen zij de geschenken hadden ontvangen zei iemand van hun;

“We hebben één van onze metgezellen in het kamp achtergelaten om op onze spullen te passen.”.

Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) gaf hun voor hem ook wat geschenken en zei, “

“Hij is niet de minste van jullie dat hij achterblijft zodat hij jullie bezit kan bewaken.”
Toen ze terug kwamen bekeerde zij de stam van Banu Hanifa tot de islaam. Zij bouwde een moskee in Yamamah en begonnen met de dagelijkse gebeden.

In de tussen tijd verkondigde Musaylimah zijn profeetschap en verzamelde de mensen en zei tegen hun;

“ik heb een deel gekregen van hem van deze zaak. Heeft hij niet gezegd tegen onze delegaties dat ik niet de minste was onder hen? Dit kan alleen betekenen dat hij wist dat ik een deel had van hem in deze zaak.”



Musalimah was een bekwaam tovenaar [The Life of the Prophet Muhammad: Al-Sira Al-Nabawiyya By Ibn Kathir, Trevor Le Gassick, Muneer Fareed, pg. 67] en verblinde de menigte met schijnbare wonderen. Hij kon een ei in een fles krijgen; hij kon de veren van een vogel afsnijden en dan terug plaatsen zodat de vogel weer kon vliegen, en hij gebruikte deze bekwaamheid om de mensen te laten blijken dat hij goddelijk begaafd was.

Musaylimah noemde verzen op en beweerde dat het openbaringen waren van Allaah en vertelde dit leugenachtig tegen de menigte dat Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) deelde in macht met hem. [The Life of the Prophet Muhammad: Al-Sira Al-Nabawiyya By Ibn Kathir, Trevor Le Gassick, Muneer Fareed, pg.69]

Musaylimah noemde zichzelf als Rahman [Tafsir Ibn Kathir (Volume 1) By Shaykh Safiur Rahman Al Mubarakpuri, pg. 68] wat aangeeft dat hij een goddelijkheid deel aan zichzelf toeschrijft.

Sommige mensen accepteerde hem als profeet naast Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) ondanks dat Musaylima zijn boodschap was om het gebed af te schaffen en dat men alcohol mag drinken [The Life of the Prophet Muhammad: Al-Sira Al-Nabawiyya By Ibn Kathir, Trevor Le Gassick, Muneer Fareed, pg. 68] wat een grove overtreding is in islaam.

Uiteindelijk werd de invloed en autoriteit van Musaylimah groter onder de mensen van zijn stam. Hij deed ook aan bijeenkomsten zoals een boodschapper van Allaah en zoals Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) dit ook deed, en hij stelde wat verzen bij elkaar en zei dan, het zijn Quraan openbaringen. De meeste van zijn verzen gingen over de superioriteit van zijn stam Banu Hanifa over die van Quraish. Toen op een dag schreef hij naar Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam)

“van Musaylimah, boodschapper van Allaah, aan Mohammed boodschapper van Allaah. Vrede groeten aan jou. Ik heb een deel gekregen samen met jou van deze zaak. De helft van deze aarde behoort tot ons en de helft tot de Quraish. Maar de Quraish zijn mensen die overtreden.”

Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) reageerde hierop;

van Mohammed, de boodschapper van Allaah, aan Musaylimah, al-Kadhdhaab, vrede zij met degenen die Allaah zijn leiding volgen. Ama bahd, Waarlijk de aarde behoort tot Allaah, en Hij is degene die het nalaat aan wie Hij wil onder zijn dienaren. De ultieme zaak is voor de ‘muttaqun’ degenen die Allaah waarlijk vrezen.”


Na Mohammed (Salallahu ‘alayhi wa sallam) zijn dood, kwam Musaylimah op tegen de nieuwe khalifaat Abu Bakr (radiAllahu ‘anhu) maar zijn leger werd verslagen door Khalid ibn al-Walid (radiAllahu ‘anhu) [The Life of the Prophet Muhammad: Al-Sira Al-Nabawiyya By Ibn Kathir, Trevor Le Gassick, Muneer Fareed, pg. 36]

En musaylimah werd gedood door Wahshy ibn Harb in de slag van Yamamah.zie Bukhari hadith

Na de dood van Musaylimah, wachte een afgevaardige van de Banu Hanifa op Abu Bakr (radiAllahu ‘anhu). Hij vertelde hem wat de leerstellingen waren van de valse profeet. En één van zijn leerstellingen was de recitatie van een vers, welke hij zei dat hij die als openbaring had ontvangen;

“O Kikker! Heilig ben jij, Jij houd de drinker niet tegen, en jij maakt het water niet vies, de helft van de wereld behoort tot ons, en de helft van Quraish, maar de Quraish zijn misdadige mensen.”

Toen Abu Bakr (radiAllahu ‘anhu) dit hoorde zei hij, “SubhanAllaah, is dit het goddelijk woord? Het heeft geen sublieme goddelijkheid. Naar welke afgrond heeft hij jullie meegesleept.” [Tafsir Ibn Kathir (Volume 1) By Shaykh Safiur Rahman Al Mubarakpuri, pg. 68]

Voorbeelden van valse openbaringen die Musaylimah claimde zijn vast gelegd door de salaf en geven een indicatie van zijn oneerlijkheid aan, de bekendste lijkt op een parodie van de echte Surah al-Fil;

“De olifant, Wat is de olifant? En wie zal jou vertellen wat de olifant is? Hij heeft een beroerde staart en een lange slurf, Dit is een [louter] kleinigheid van de creaties van onze Heer

(Elfieloe maa alfieloe, wamaa adraaka ma alfieloe, lahoe danaboen wathieloen, wamasfaroen toewieloen, wa-iena dalieka mien ghalak rabna lakaliel)

Een andere versie van Musaylima, dat geregistreerd staat in de tafsir van Ibn Kathir, waar het staat dat het een reactie was van de Surah al-Asr. “O Klipdas, O klipdas! Jij hebt twee oren en een borst, en de rest van jou is gravend en gravend”(ya wabr, ya wabr Inamaa anta oedoenaanie wasadr, wasa-ierk havr nakr)