Shaykh Saalih al-Fawzaan
Het kijken naar de achtergrond
van de uitnodiger
“En de personen die zichzelf toeschrijven aan de da’wah,
het is verplicht om te kijken in hun (situatie):
Waar hebben zij gestudeerd ? Van wie namen zij kennis ?
Waar komen zij vandaan ? Wat is hun ‘aqiedah ?”
Shaykh Saalih al-Fawzaan
Vertaling : Abu Hudayfa Musa ibn Yusuf
Selefienederland September 2009

Het kijken naar de achtergrond van de uitnodiger
De nobele geleerde, Shaykh Saalih ibn Fawzaan ibn Abdoellaah al-Fawzaan werd gevraagd1,
“Er zijn in dezer dagen velen die zich toeschrijven aan de da’wah, van degenen die erkenning zoeken bij de
erkende mensen van kennis, degenen die het leiden van de Oemmah en haar jeugdigen naar al-Manhadjoel-Haqq
was-Sawaab (de weg van de waarheid en juistheid) bewerkstelligen. Wie zijn dan de geleerden die u de jongeren
adviseert om profijt van te nemen en om hun lessen van te volgen en van hun opgenomen bandjes, en het nemen
van kennis van hen en om naar te refereren bij belangrijke zaken en gebeurtenissen en in tijden van problemen?”2
De Shaykh antwoordde:
Het uitnodigen naar Allaah is een zaak die noodzakelijk is, en de Religie is enkel bewerkstelligd door middel van
da’wah en Jihaad ná profijtvolle kennis.
“Behalve voor degenen die geloven en goede daden verrichten,
en die elkander tot de waarheid aansporen en elkander aansporen tot geduld”
[Soerat al-‘Asr]
En Imaan (geloof) betekent kennis over Allaah -soebhaanahoe wat-Ta’aala-, Zijn Namen en Eigenschappen en het
aanbidden van Hem. En goede daden zijn een vertakking van profijtvolle kennis, want daden dienen
noodzakelijkerwijs gebaseerd te zijn op kennis.
En het uitnodigen naar Allaah, en het goede gebieden en het geven van oprecht advies aan de moslims is een
benodigde zaak, maar niet iedereen is in staat om deze taken uit te voeren, deze zaken kunnen niet uitgevoerd
worden behalve door Ahloel-‘Ilm (de mensen van kennis), en de mensen met volwassen opinies, want het zijn
zware en belangrijke zaken. Deze kunnen niet uitgevoerd worden, behalve door degene die er toe instaat is (men
hoewa moe’ahhal) om het te bewerkstelligen. En het probleem in dezer dagen is dat de deur van ad-Da’wah een
deur geworden is die wijd is, een ieder gaat er door naar binnen en schrijft zich toe aan de da’wah, en het kan zo
zijn dat hij een Jaahil (onwetende) is die de da’wah niet goed uitvoert en dus verpest hij meer dan dat hij
verbeterd.
1 Zie al‐Moentaqaa min al‐Fataawaa fadielatoe ash‐Shaikh Saalih ibn Fawzaan ibn Abdoellaah al‐Fawzaan vraag nr. 48
2 De Shaykh hafiedhahoellaah, kreeg een soortgelijke vraag over welke geleerden hij aanraadt om kennis van te nemen, en als antwoord op die vraag
noemde de Shaykh meerdere mashaikh zoals; Shaykh AbdulʹAzeez bin Baaz, Shaykh Mohammed Ibn Saalih alʹOethaymien, Shaych Abdul
Muhsin al Abbaad, Shaych Rabi bin Haadi al‐Madkhalie, Shaych Saalih as Soehaymee en Shaych Mohammed Amaan al Jaamee. Zie hier voor de
audio : Islam-Koran-Soennah-Selefienederland.nl - Shaykh Saalih Fawzaan over de geleerden van wie we kennis moeten nemen
Zo ook werd Shaykh Saalih ibn Sa’d as‐Soehaymie recentelijk hierover gevraagd, en Shaykh Saalih as‐Soehaymie was de hoofd van de faculteit
van ʹAqeedah aan de Islamitische Universiteit van Medinah en hij geeft les in de Moskee van de Profeet in Medinah, hij raadde de volgende
geleerden aan : Shaykh Abdoel ‘Aziez Ibn Baz, Shaykh Muhammed ibn Saalih al‐Uthaymeen, Shayhk Muhammed al‐Ameen ash‐Shanqeeti,
Shaykh Muhammed Naasirroedien al‐Albaanee, Shaykh Hammaad al‐Ansaree, Shaykh ‘Umar bin Muhammad Fallaatah, Shaykh Muhammad
Amaan al‐Jaamee, Shaykh Ahmed an‐Najmee, Shaykh Abdul Azeez aal Shaykh, Shaykh Saalih al‐Fawzan, Shaykh Saalih al‐Luhaydaan, Shaykh
Abdullaah al‐Ghudayaan, Shaykh Salih aal‐Shaykh, Shaykh Abdul Muhsin al‐Abbaad, Shaykh Ali Naasir al‐Faqiehi, Shaykh Rabie al‐Madkhali,
Shaykh Zayd al‐Madkhali... Zie hier voor de audio :
Islam-Koran-Soennah-Selefienederland.nl - Blijf bij de geleerden! Shaykh Saalih as-Suhaymee.
Beste broeders en zusters, bescherm u religie door het advies van deze twee geleerden aan te nemen, door kennis te nemen van de geleerden die
zij jullie adviseren.

En het kan zo zijn dat hij te gedreven is (moetahammisan) waardoor hij de zaken aanpakt met haast en
onbehoedzaamheid en dus ontstaan er uit zijn daden slechtheden meer dan remedies en wat hij aan bedoelingen
had in het verbeteren.
Sterker, het kan zo zijn dat hij van degenen is die zich toeschrijven aan de da’wah, maar zij hebben vooroordelen
en begeertes waar zij naar uitnodigen en die zij wensen te realiseren ten koste van de da’wah en door het
veroorzaken van verwarring in de denkwijzen (tashwiesh al-afkaar) van de jongeren in de naam van da’wah en
ijver voor de Religie ! En mogelijk beoogt men iets anders dan dat, zoals het misleiden van de jeugd en hen
afzonderen van hun gemeenschappen, leiders en geleerden. En dus benaderen ze hen ogenschijnlijk via de weg
van advies en via de weg van da’wah, zoals de situatie is van de huichelaars van deze Oemmah, degenen die
voor de mensen het slechte willen in de gedaante van het goede !!
Ik zal een voorbeeld hiervan geven betreffende de mensen van masdjied ad-diraar (de schadelijke moskee), zij
bouwden een moskee en van de buitenkant profileerden zij het als een goede daad, en vervolgens verlangden zij
van de Profeet — salallaahoe ‘alayhie was sallam — dat hij er in zou gaan bidden om zo de mensen aan te moedigen en
het goed te keuren. Maar, Allaah had weet over de intenties van deze mensen en dat zij enkel verlangden om
schade te brengen aan de moslims door middel van dat. Zij wilden schade brengen aan de Qoebaa’ Moskee, de
eerste moskee die gebouwd was op at-taqwaa. En zij wilden splitsing teweeg brengen in de moslimgemeenschap
en dus verduidelijkte Allaah de list van deze mensen aan Zijn Boodschapper — salallaahoe ‘alayhie was sallam — en
Hij openbaarde Zijn Uitspraak,
“En degenen (de huichelaars) die een moskee hebben gebouwd om schade en ongeloof en splitsing onder de
gelovigen te veroorzaken, en als een hinderlaag van degenen die eerder tegen Allaah en Zijn Boodschapper
vochten: en zij zullen zeker zweren: Wij wensen niets dan het goede” Maar Allaah is er Getuige van dat zij
zeker leugenaars zijn. Sta daar nooit in (om het gebed erin te verrichten). Voorzeker, een moskee (moskee
Qoebaa) die vanaf de eerste dag is gebouwd op Taqwaa, heeft er meer recht op dat jij daarin staat (om het
gebed te verrichten). Daarin zijn mannen die ervan houden om zich te reinigen. En Allaah houdt van hen die
zich reinigen”
[Soerat at-Tawbah vers 107-108]
Het wordt duidelijk voor ons, aan de hand van dit geweldige verhaal, dat iedereen die openlijk goedheid toont en
goede daden, waarachtig kan zijn in wat hij doet. Maar soms is het zo, dat hij hierachter zaken beoogd die
tegenovergesteld zijn aan hetgeen ogenschijnlijk is.
En dus van degenen die zich aan de da’wah toeschrijven dezer dagen, onder hen zijn er misleiders die wensen
om de jeugd te doen afdwalen, de mensen weg willen leiden van de ware Religie, de gemeenschap van de
moslims willen opsplitsen en laten vallen in fitnah. En Allaah — soebhaanahoe wat-Ta’aala — heeft ons
gewaarschuwd tegen deze mensen ;
”Als zij met jullie (ten strijde) zouden trekken, dan zouden zij voor jullie niets vermeerderd hebben dan
wanorde, en zij zouden zeker tussen jullie heen en weer rennen om tussen jullie tweedracht te zaaien en
onder jullie zijn er die naar hen geluisterd zouden hebben. En Allaah kent de onrechtplegers”

[Soerat at-Tawbah vers 47]
Derhalve wordt er geen belang gegeven aan de toeschrijving (leysa al-‘ibrah biel-intisaab), noch aan datgene wat
ogenschijnlijk is. Integendeel, belang wordt gegeven aan de realiteiten (al-‘ibrah biel-haqaa’ieq) en aan de eind
resultaten van de zaken (bi ‘awaaqib al-oemoer).
En (wat betreft) de personen die zichzelf toeschrijven aan de da’wah, het is verplicht om te kijken in hun
(situaties): Waar hebben zij gestudeerd ? Van wie namen zij kennis ? Waar komen zij vandaan ? Wat is hun
‘aqiedah (geloofsleer) ? En er dient gekeken te worden naar hun omgang met de mensen en hun sporen (van
invloed) die zij hebben gehad bij de mensen, en wat zij hebben bewerkstelligt van het goede ? En wat hun daden
hebben bewerkstelligt aan verbetering ? Het is verplicht om hun situatie te bestuderen voordat men misleid
wordt door hun uitspraken en hun uiterlijke schijn, dit is een essentiële zaak !!, vooral in deze tijd die vele
uitnodigers naar al fitnah bevat.
En de Profeet — salallaahoe ‘alayhie wa sallam — beschreef de uitnodigers naar al-fitnah dat zij mensen zijn van onze
huid en dat zij spreken met onze tong3. En toen de Profeet — salallaahoe ‘alayhie wa sallam — werd gevraagd over de
fitan (mv. fitnah), zei hij ;
“Uitnodigers aan de deuren van de Hel.
Wie hen gehoorzaamt, zal door hen erin gesmeten worden”4
En dus hij noemde hen uitnodigers (doe’aat) !!
Het is dus aan ons om hier aandacht aan te schenken, en we moeten dus niet zomaar voor de da’wah, jan en
alleman verzamelen, of een ieder die zegt, ‘Ik nodig uit tot Allaah en deze groep nodigt uit tot Allaah!’ Het is
noodzakelijk om te kijken naar de realiteit van de zaak, en het is noodzakelijk om te kijken naar de realiteit van de
individuen en de groeperingen. En Allaah —soebhaanahoe wat-ta’aala- heeft de da’wah naar Allaah beperkt tot de
da’wah naar het Pad van Allaah, Allaah de Verhevene zegt:
“Zeg: Dit is mijn weg, Ik roep op tot Allaah.”
[Soerah Yoesoef vers 108]
Dit duidt erop dat er mensen zijn die oproepen tot anderen dan Allaah, en Allaah de Verhevene heeft laten weten
dat de ongelovigen oproepen naar het Vuur, Hij zei;
3 Overgeleverd door al-Boekhaarie in zijn Sahieh 8/92, 93 van de hadieth van Hudayfa ibn al-Yamaan
radiyaAllahoe ‘anhoe
4 Overgeleverd door al-Boekhaarie zijn Sahieh 8/92, 93 van de hadieth van Hudayfa ibn al-Yamaan
radiyaAllahoe ‘anhoe
www.selefienederland.nl — kijken naar de achtergrond van de uitnodiger
“En huwt niet met de veelgodenaanbidsters totdat zij geloven, en een gelovige slavin is zeker beter dan een
veelgodenaanbidster, ook al bevalt zij jullie. En huwelijkt (de gelovigen vrouwen) niet uit aan de
veelgodenaanbidders, totdat zij geloven. En een gelovige slaaf is zeker beter dan een veelgodenaanbidder,
ook al bevalt hij jullie.
Zij zijn degenen die uitnodigen tot de Hel, terwijl Allaah uitnodigt tot het Paradijs en tot de vergeving, met
Zijn verlof.”
[Soerat al Baqarah vers 221]
Het is dus verplicht om te kijken naar de situaties van de uitnodigers (doe’aat)
Shaykhoel-Islaam Moehammed ibn Abdoel-Wahhaab (gest.1206H) —rahiemahoellaah- zei over dit vers,
“Zeg: Dit is mijn weg, Ik roep op tot Allaah.”
[Soerah Yoesoef vers 108]
“Hierin zit Ikhlaas (oprechtheid). Want vele van de mensen roepen enkel op tot zichzelf en ze roepen niet op tot Allaah —
soebhaanahoe wat-ta’aala- .5
Einde
5 Zie Kitaab at-Tawhied (p 35,36) van Shaykoel-Islaam Moehammed ibn Abdoel-Wahhaab