Het verhaal van Adam
[line]-[/line]

De schepping van Adam

Allah zegt in surah Al Baqarah:

"En voorwaar de Heer zei tegen de engelen: "Ik zal een plaatsvervanger op aarde plaatsen." Zij zeiden: "Zult U daar iemand die misdaden pleegt en bloed laat vloeien - terwijl wij U verheerlijken. U prijzen en danken en U heilig maken." Hij (Allah) zei: "Ik weet wat jullie niet weten." (Qs Al Baqarah 2:30)

Ibn Kathir zei, dat dit een verslag is van Allah aan Zijn engelen, terwijl Hij hen de wijsheid die schuil gaat achter de schepping van Adam en zijn nakomelingen vertelt, en hoe zij elkaar op aarde zullen opvolgen. Allah zegt in een andere vers:

"En Hij is het Die ervoor gezorgd heeft dat generatie na generatie komt, elk de andere op aarde vervangend. En Hij heeft jullie in rangen verheven, sommige boven andere en Hij zal jullie testen met wat Hij jullie gegeven heeft. Zeker, jullie Heer is snel in de vergoeding en zeker Hij is Vaak-Vergevend, Genadevol." (Qs Al An'am 6:165)

Hij zei ook:

"Of, wie antwoordt aan de behoeftige, wanneer die Hem roept, en Die het kwaad verwijdert, en jullie erfgenamen van de aarde maakt, generatie, na generatie. Is er een god naast Allah? Jullie herinneren jullie maar weinig!" (QS An Naml 27:62)

Allah zei dat tegen Zijn engelen als een reden voor de schepping van Adam en zijn kinderen, terwijl Hij voorbereiding treft voor de gebeurtenis van iets groots voordat die werkelijkheid plaatsvindt.

Allah zei:

"Zei zeiden: "Zult U daar iemand plaatsen die misdaden pleegt en bloed laat vloeien - terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken. Hij (Allah) zei: "Ik weet wat jullie niet weten." (QS Al Baqarah 2:30)

Deze vraag gesteld door de engelen was een middel om achter de wijsheid van iets te komen. Het was niet een soort protest of een neerzien op de mensheid en ook niet jaloersheid op hen, zoals door sommige onwetende mensen gedacht wordt.

Qatadah zei: "Zij verwachtten wat ze moesten doen vanwege hun ervaring met de djinn die op aarde leefden voor de schepping van Adam."

Ibn 'Oemar zei: "De djinn leefden op aarde tweeduizend jaar voor de schepping van Adam."

Ibn Kathir zei: "De engelen zeiden vervolgens: "terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heilig maken," hetgeen betekent, dat zij U altijd zullen aanbidden en nooit ongehoorzaam zullen zijn. Als het doel van de schepping is U te dienen, O Heer, dan dienen wij U dag en nacht zonder moe te worden.

Allah antwoordden hen zeggende: "Ik weet wat jullie niet weten." Wat betekent: Ik weet alles omtrent het doel van de schepping van de mens, hetgeen jullie niet weten. Vele van hen zullen profeten, boodschappers, godvruchtige mensen, martelaren en rechtschapen mensen zijn. Verder legde Allah uit, dat Hij Adam met kennis eerde, zeggende: "En Hij onderwees Adam de namen." Ibn Abbas zei: "met namen wordt bedoeld dat de mensen definitis hebben voor: mensen, dieren, aarde, vlakte, zee, berg, kameel, ezel, etc. Toen plaatst Hij hen voor de engelen en zei: "Vertel Mij hiervan de namen, aqls jullie waarachtig zijn." (Qs Al Baqarah 2:31).

Al-Hasan Al Basri zei: "Toen Allah Adam wilde scheppen, zeiden de engelen: "Als Allah een schepsel wil scheppen, dan merken we, dat wij meer weten dan het schepsel." Dus was het een verzoeking voor hen. Dit wordt weergegeven in de woorden van Allah: "als jullie waarachtig zijn."

Allah zegt:

"Zij (de engelen) zeiden: "Verheerlijkt bent U, wij heben geen kennis behalve van wat U ons onderwezen heeft. U bent de Alwetende, de Alwijze." (Qs Al Baqarah 2:32)

Ibn Kathir zei: "Verheerlijkt is onze Heer, niemand kan iets weten dat in Uw kennis verborgen is, behalve als U het ons onderwijst. U bent de Alwetende, de Alwijze." Dit houdt verband met een ander Qur'aan vers dat zegt: "En er gebeurt niets zonder de Zijn kennis behalve wat Hij wil..." (Qs Al Baqarah 2:255)

Allah zei:

"Hij zei: "O Adam, vertel hun namen." En toen hij hun de namen had verteld, zei Hij: "heb Ik je niet verteld dat Ik het onzichtbare in de hemelen en op de aarde ken en Ik weet wat he vertelt en wat je verborgen houdt?" (QS Al Baqarah 2:33)