Israël transplanteerde organen zonder toestemming(Novum/AP) - Israël heeft toegegeven dat er in de jaren negentig organen van overledenen, onder wie Palestijnen, zijn getransplanteerd zonder dat daar toestemming voor was van nabestaanden. De transplantaties kwamen naar buiten door de publicatie van een interview met het toenmalige hoofd van het forensisch instituut Abu Kabir, Jehuda Hiss. Het interview werd in 2000 afgenomen door een Amerikaanse academicus, Nancy Sheper-Hughes, die het interview heeft vrijgegeven vanwege de enorme controverse afgelopen zomer tussen Zweden en Israël. De Zweedse krant Aftonbladet schreef toen dat Israël Palestijnen vermoordde omwille van hun organen. Dit leidde tot een storm van protest in Israël en boze regeringsvertegenwoordigers vonden het artikel 'antisemitisch'.
Delen van het interview met Hiss werden in het weekeinde uitgezonden op het Israëlische Channel 2. In het interview zegt de arts: "We begonnen met het verzamelen van hoornvliezen. Er werd geen toestemming gevraagd van de familie. We lijmden de oogleden dicht, zodat de transplantatie niet werd ontdekt. Van mensen van wie we wisten dat de familie de ogen zou openen, hebben we de hoornvliezen niet gebruikt." In het verslag meldt Channel 2 verder dat er in jaren negentig door forensische specialisten van het instituut huid, hoornvliezen, hartkleppen en botten werden getransplanteerd. De organen kwamen van Israëlische soldaten, Israëlische burgers, Palestijnen en buitenlandse werknemers, vaak zonder toestemming van de nabestaanden.
Het Israëlische leger reageerde dat 'de activiteiten ruim tien jaar geleden gestopt zijn en dat het niet langer plaatsvindt.' De Israëlische minister van gezondheid verklaarde aan Channel 2 dat alle transplantaties werden verricht met instemming van de nabestaanden, maar dat 'de richtlijnen niet helder waren'. Volgens het ministerie werkt het instituut inmiddels al tien jaar volgens de ethische normen en de joodse wet.
Details uit het interview kwamen in 2004 aan het licht, toen Hiss werd weggestuurd als hoofd van het forensische instituut, vanwege onregelmatigheden bij het transplanteren van organen. De aanklacht tegen Hiss werd echter door de openbaar aanklager geseponeerd. Hiss werkt nog steeds als hoofdpathaloog bij het instituut. Hij wilde niet reageren.
Hiss werd in 1988 directeur van het Abu Kabir. In het interview vertelt Hiss dat de transplantaties zonder toestemming vanaf het begin van de jaren negentig plaatsvonden, maar dat er al vanaf 1987 huidtransplantaties werden verricht voor de behandeling van brandwonden. Volgens Hiss zijn deze transplantaties in 2000 gestopt.
Trouw.nl
21 december 2009