De gunst wanneer men de Koran van buiten leert

Shaykh Al-Albanie - moge Allah hem genadig zijn - over de Koran

‘Abdoellaah b. ‘Amr - moge Allah tevreden met hem zijn - heeft gezegd dat de Profeet - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - gezegd heeft:



"En tegen de gezel van de Koran zal (op de Dag van de Opstanding) gezegd worden: Lees zoals je de gewoonte had om (de Koran) te lezen in het leven van de wereld, want jouw huis zal zich bevinden bij het laatste vers dat jij zal lezen."

(Sahieh, As-Silsilah As-Sahiehah 2240)



Sheikh Al-Albanie - moge Allah hem genadig zijn - zegt hierover:



En hier wordt met de gezel van de Koran degene bedoeld die de Koran van buiten kent. Men zou het dus zo kunnen stellen dat de graden in het hiernamaals toenemen in verhouding tot datgene wat men in deze wereld van de Koran van buiten kende, en niet volgens de hoeveelheid die men reciteert zoals sommigen verkeerdelijk denken. Hier kunnen we dus duidelijk de gunsten van het van buiten leren van de Koran terugvinden. Toch is hier een conditie aan verbonden, en dat is dat men van buiten leert voor Allah; niet omwille van het leven van deze wereld of omwille van geld, want hij - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - heeft ook gezegd:



"De meeste huichelaars van mijn gemeenschap zijn degenen die de Koran reciteren."

(As-Silsilah As-Sahiehah 750)

(Al-Faraa-id 1/115)





De gunst van de zeven eerste lange hoofdstukken van de Koran



‘Aa-isha - moge Allah tevreden met haar zijn - heeft gezegd dat de Boodschapper van Allah - sallallahoe ‘alayhi wa sallam - gezegd heeft:



"Degene die de zeven eerste van de Koran van buiten kent is een geleerde."

(Hasan, As-Silsilah As-Sahiehah 2305)



Met de zeven eerste worden de volgende hoofdstukken met het volgende aantal verzen bedoeld:



1- Al-Baqarah 286

2- Aali ‘Imraan 200

3- An-Nisei 176

4- Al-Maa-idah 120

5- Al-An'aam 165

6- Al-A'raaf 206

7- At-Tawbah 129


(Al-Faraa-id 1/16)