Wat wij Moslims verplicht zijn te geloven, is datgene wat tot ons is gekomen van Allaah, en dat wat de boodschapper van Allaah ons heeft verteld. Allaah heeft ons verteld, dat Hij spreekt, zoals Hij zegt (interpretatie van de betekenis):

“En wiens woorden zijn oprechter dan die van Allaah?” [al-Nisaa’ 4:87]

“En wiens woord is meer waar dan dat van Allaah?” [al-Nisaa’ 4:122]

Deze twee aayahs bieden het bewijs dat Allaah spreekt, en dat Zijn woorden waar zijn, en dat er absoluut geen enkele vorm van leugen in (Zijn woorden) voorkomt.

Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En gedenk wanneer Allaah zal zeggen (op de Dag des Oordeels): “O Eesa (Jezus), zoon van Maryam (Maria)!...” [al-Maa’idah 5:116]

Deze aayah laat zien dat Allaah spreekt, en dat Zijn spraak gehoord kan worden, dus heeft Zijn spraak geluid. En Zijn spraak bevat woorden en zinnen. Het bewijs dat de spraak van Allaah uit letters bestaat is de aayah (interpretatie van de betekenis):

“O Moosa (Mozes)!”

“Voorwaar, Ik ben jouw Heer!…”
[Ta-Ha 20:11]

omdat deze woorden zijn gevormd uit letters, en deze deel uitmaken van de spraak van Allaah. En het bewijs dat de spraak van Allaah geluid heeft is de aayah (interpretatie van de betekenis):

“En Wij riepen hem [Moosa (Mozes)] van de rechterzijde van de Berg (Thoer), en Wij brachten hem dichterbij Ons om hem te spreken.” [Maryam 19:52]

Roepen en praten kan alleen met geluid.

Zie Sharh Loem’atoe l-I’tiqaad door Ibn ‘Uthaymeen, p. 73.

Dus het geloof van de Ahl al-Sunnah wa’l- Jamaa’ah is dat Allaah werkelijk spreekt, wanneer en zoals en met wat Hij wil, met letters en geluid, maar dit lijkt niet op de stemmen van geschapen wezens. Het bewijs dat het niet lijkt op de stemmen van geschapen wezen is de aayah (interpretatie van de betekenis):

“niets is aan Hem gelijk. En Hij is de Alhorende, de Alziende.” [al-Shoora 42:11]

Dus het is vanaf het begin al bekend dat dit het geloof van Ahl al–Sunnah wa’l-jamaa’ah is. Ahl al-Sunnah wa’l-Jamaa’ah geloven dat de Qur’aan het woord van Allaah is, en het bewijs hiervoor is onder andere de aayah (interpretatie van de betekenis):

“En wanneer één van de veelgodenaanbidders bescherming bij jullie zoekt: geeft hem dan bescherming, zodat hij het Woord van Allaah hoort.” [al-Tawbah 9:6]

wat hier wordt bedoeld is de Qur'aan, volgens het consensus van de geleerden. Het feit dat Allaah kalaam (spraak, woord) noemt in idaafah (genitief of bezittelijk vnw) met Hemzelf, impliceert dat de Qur’aan Zijn Woord is.

Het geloof van Ahl al-Sunnah wa’l-Jamaa’ah is, dat de Qur’aan het woord van Allaah is welke was geopenbaard en niet geschapen; het begon van(uit) Hem en zal tot Hem terugkeren.

Het bewijs dat het is geopenbaard is het volgende (interpretatie van de betekenis):

“De maand Ramadan is het waarin de Qur’aan is neergezonden..” [al-Baqarah 2:185]

“Voorwaar, Wij hebben hem (de Qur’aan) neergezonden in de Waardevolle Nacht (Lailatoelqadr)” [al-Qadr 97:1]

“En (de openbaring van) de Qur’aan hebben Wij in gedeelten verdeeld, om hem aan de mensen met tussenpozen voor te dragen en Wij hebben hem als een neerzending neergezonden” [al-Israa’ 17:106]

“En wanneer Wij een Vers (van de Qur'aan) door een ander Vers vervangen, en Allaah weet beter wat Hij neerzendt, (dan) zeggen zij (de ongelovigen): “Voorwaar, jij (Muhammad) bent slechts een verzinner van leugens.” De meesten van hen weten zelfs niets.

Zeg (O Muhammad): “De Heilige Geest [Jibreel (Gabriel)] deed hem (de Qur'aan) van jouw Heer met de Waarheid neerdalen om (het Geloof van) degenen die geloven te versterken, en als Leiding en een verheugende tijding voor de Moslims.”

En voorzeker, Wij weten dat zij zeggen: “Voorwaar, het is slechts een mens die hem (Muhammad) onderwijst.” De taal van degenen waar zij valselijk naar verwijzen is vreemd, maar dit (de Qur'aan) is een duidelijke Arabische taal.”
[al-Nahl 16:101-103]

- Degene Die een vers vervangt door een andere is Allaah, verheerlijkt en verheven zij Hij.

Het bewijs dat de Qur’aan niet is geschapen is de aayah (interpretatie van de betekenis):

“Weet, dat scheppen en bevelen aan Hem is voorbehouden.” [al-A’raaf 7:54]

Dus Allaah beschrijft (het) scheppen als één ding en (het) bevelen als een ander ding. Het woordje "én" impliceert dat het tweede ding verschillend (iets anders) is, en de Qur’aan is een deel van het bevelen vanwege het bewijs van de aayah (interpretatie van de betekenis):

“Zo hebben Wij aan jou (o Muhammad) een openbaring neergezonden, een zaak (bevel) van Ons. Jij wist toen niet wat het Boek (de Qur'aan) was en wat het geloof was, maar Wij hebben hem tot een licht gemaakt waarmee Wij van Onze dienaren leiden wie Wij willen.”[al-Shoora 42:52]

Als de Qur’aan een deel is van (het) bevelen, wat verschilt van (het) scheppen, dan is het dus niet geschapen, want als het was geschapen, dan zou het onderscheid van (de) categoriën niet correct zijn. Dit is het bewijs uit de Qur’aan.

Het rationele bewijs is dat de Qur’aan het woord van Allaah is, en woorden kunnen niet vanuit zichzelf bestaan zodat zij een afzonderlijke en aparte identiteit zouden hebben. Als zij wel apart en afzonderlijk van Allaah zouden bestaan, dan zouden we zeggen dat ze zijn geschapen, maar woorden zijn een eigenschap (attribuut) van de spreker. Als deze een eigenschap zijn van de spreker en deze gesproken zijn door Allaah, dan zijn ze niet geschapen, want de eigenschappen van Allaah zijn niet geschapen.

Sharh al-‘Aqeedah al-Waasitah door Ibn ‘Uthaymeen, 1/418-426-441

We moeten dit geloven en er zeker van zijn. We zouden de betekenissen van de verzen van Allaah niet moeten veranderen, want zij verklaren duidelijk dat de Qur’aan een openbaring is van Allaah. Imaam al-Tahhaawi (Rah'imahoellaah) heeft gezegd: “De Qur’aan is het woord van Allaah, welke van Hem is gekomen in de vorm van spraak, zonder dat wij hoeven te weten hoe. Hij heeft het neergezonden naar zijn Boodschapper via Openbaring. De gelovigen geloven dat het waar is en zij zijn zeker dat het inderdaad het woord van Allaah is en dat het niet is geschapen zoals de woorden van menselijke wezens. Een ieder die het hoort en claimt dat het de woorden zijn van menselijke wezens is een kaafir, die is veroordeeld en gewaarschuwd voor de Hel, zoals Allaah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Ik zal hem doen braden in Saqar (de Hel).” [al-Muddaththir 74:26].

Aangezien Allaah degene dreigt met de Hel die zegt, “Dit is slechts het woord van een mens” [al-Muddaththir 74:25 – interpretatie van de betekenis], weten wij en kunnen wij er zeker van zijn dat het, het woord is van de Schepper van de mensheid, en het komt niet overeen met de spraak van menselijke wezens.”

Sharh al-‘Aqeedah al-Tahhaawiyyah, 179




http://sincerehearts.nl/