Het Belang van het Gebed Binnen de Vastgestelde Tijden

Shaykh Hussain al-Awaa'ishah (www.calltoislam.com)
Vertaald door www.AlMutaqqun.tk


Allah de Verhevene heeft gezegd:

“Voorwaar, de salaat is de gelovigen op vaste tijden voorgeschreven.” [An-Nisa 4:103 – interpretatie van de betekenis]

Al-Bukhaari (rahimahullah) heeft gezegd: “Op vaste tijden: Hij heeft er tijdslimieten voor vastgesteld.”

Abu Amr ash-Shaybaani heeft gezegd: “De eigenaar van dit huis (en hij wees naar het huis van Abdullah ibn Mas’oed) zei: ‘Ik vroeg aan de Boodschapper (sallAllahu ‘alayhi wa salaam): “Welke daad is het meest geliefd bij Allah?” Hij zei: “Het gebed op de juiste tijd.”’ Toen vroeg hij: ‘En wat daarna?’ Hij zei: ‘Goed gedrag tegenover de ouders.’ Toen vroeg hij: ‘En wat daarna?’ Hij zei: ‘Jihaad op de weg van Allah.’ Hij (Abdullah) zei: ‘Hij bracht me hiervan op de hoogte en als ik hem om meer had gevraagd dan zou hij me meer verteld hebben.’” (Overgeleverd door al-Bukhaari)

De Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) heeft in deze hadith uitgelegd dat het gebed op de juiste tijd de meest geliefde daad van alle daden is en hij plaatste dit voor goed gedrag tegenover de ouders en jihaad op de weg van Allah. Het bewijs hiervoor is het gebruik van de woorden ‘En wat daarna?’. Deze woorden worden gebruikt om een volgorde aan te duiden en dit is welbekend bij de mensen van de Arabische taal.

Al-Haafidh Ibn Hajr heeft in ‘Al-Fath’ gezegd dat Ibn Baziza zei: “Datgene wat onderzocht moet worden is de plaatsing van jihaad voor alle handelingen van het lichaam, omdat het opoffering van zichzelf met zich meebrengt, met uitzondering van geduld hebben met het onderhouden van de verplichte gebeden en ze op hun juiste tijden verrichten en van goed gedrag tegenover de ouders, een kwestie die te allen tijde noodzakelijk is. Niemand kan geduldig blijven in het gehoorzamen van Allah in deze kwestie, behalve de Siddiqoen (de getrouwen) en Allah weet het het beste.”

Ik zal een voorbeeld geven wat de bedoeling hiervan duidelijk maakt:

Er is een man die ondergedompeld is in zijn handel en andere verplichtingen die het met zich meebrengt. Shaytaan heeft hem zo weten te misleiden dat hij de takbiratul-ihraam (de openings-takbir van het gemeenschappelijke gebed) of een gedeelte van het gemeenschappelijke gebed mist. Je komt naar hem toe met teksten over jihaad op de weg van Allah de Verhevene en verhalen over de moed van de metgezellen (radiAllahu ‘anhum). Je plant de aspiratie voor het Paradijs in hem en laat hem afstand doen van de wereld. Hij kijkt naar de wereld nadat je hem vermaand hebt en hij ziet het klein en onbelangrijk worden. Hij denkt na over het Hiernamaals en ziet het groot en ontzagwekkend worden in zijn ziel. Hij haast zich dus richting de Tuin die zo breed is als de breedte van de Hemelen en de Aarde. Hij haast zich om zijn testament te schrijven, vervult de rechten die hij aan anderen verschuldigd was en zegt zijn familie en vrienden vaarwel en vertrekt om te strijden. Hij wordt gedood als een martelaar op de weg van Allah.

Als je deze man niet opgeroepen had tot jihaad op de weg van Allah de Verhevene maar tot het onderhouden van de gebeden waarbij je de teksten noemde die voor inspiratie zorgen en vrees inboezemen en de verhalen vertelde die grote indruk maken (op de ziel), wat zou je dan van hem gezien hebben?

Wellicht zou hij geantwoord hebben en gehuild hebben om wat er voorgevallen was. Hij zou voornemens gemaakt hebben om zijn gebeden veilig te stellen op hun juiste tijden en misschien zou hij dat een paar dagen volgehouden hebben. Maar dan komt Shaytaan en fluistert tegen hem en zijn zaken en afspraken nemen toe, zijn verplichtingen en bijeenkomsten nemen toe en Shaytaan verkrijgt daarmee wat hij wilde. Hij mist een aantal gebedstijden en keert zich dan weer terug tot de strijd tegen zijn eigen ziel om zichzelf te helpen tegen Shaytaan. Dan gebeurt hetzelfde weer een andere keer en op deze manier is hij constant aan het worstelen met en strijden tegen Shaytaan, vijf keer per dag en het leven is niets anders dan dagen en dagen…

Dit is een strijd tegen de ziel en het eerste voorbeeld is ook een strijd tegen de ziel. Maar wat is de positie van het eerste type wanneer je dit met het tweede vergelijkt? Zijn strijden is voor een heel leven terwijl het eerste strijden slechts voor een uur of misschien een paar dagen, maanden of jaren is. Maar in beide situaties zeg ik: er zit iets goeds in.

Mis’ab bin S’ad heeft gezegd: “Ik zei tegen mijn vader: ‘O mijn vader! Overdenk dit vers: “Degenen die onachtzaam zijn met hun salaat” [Al-Ma’un 107:5]. Wie van ons is niet onachtzaam? Wie van ons spreekt niet met zijn ziel (tijdens de gebeden)?’ Hij zei: ‘Dat is niet wat er bedoeld wordt. Het verwijst naar de verspilling van de (juiste) tijd voor het gebed. Een man is onzinnig bezig (tijd verspillend met kletspraat) totdat de tijd voor het gebed voorbij is.’” [Overgeleverd door Abu Ya'laa met een hasan isnaad en het staat ook in Sahih ut-Targhib wat-Tarhib, nr. 575]

Moesa bin Isma’iel heeft gezegd dat Mahdi heeft overgeleverd van Ghaylaan, die van Anas heeft overgeleverd dat hij zei: “Ik herken (nu) niets meer van wat er in het tijdperk van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) was.” Hij zei: “Doen jullie dan niet wat jullie nu met het gebed doen?” [Overgeleverd door Bukhaari in het hoofdstuk: Het gebed uitstellen tot na de juiste tijd]

Hij doelde op het uitstellen van het gebed tot na de juiste tijd.

Uthmaan bin Abi Rawwaad, de broer van Abdul-Aziz, zei dat hij Zuhri hoorde zeggen: “Ik kwam bij Anas bin Maalik in Damascus en hij was aan het huilen, dus vroeg ik aan hem: ‘Waarom huil je?’ Hij zei: ‘Ik herken niets meer van wat ik gekend heb behalve dit gebed en het gebed wordt verspild/verwaarloosd.”’ [Overgeleverd door Bukhaari in het hoofdstuk: Het gebed uitstellen tot na de juiste tijd]

Ibn Hajr zegt in ‘Fath ul-Baari’: “Al-Muhallib heeft gezegd: ‘En de betekenis van ‘verspillen’ is het uitstellen tot na de gepaste, aanbevolen tijd; niet dat ze het buiten de tijdslimiet verrichten.’” Ibn Hajr had een andere verklaring die hij in zijn boek noemt en hij zegt dat het betekent dat de gebeden buiten de vastgestelde tijden verricht worden.

Ik zeg: De dichter heeft hier de waarheid gesproken:

“Ze zijn beide bitter, (zelfs) de zoetste van de twee is bitter.”

Ubaadah bin Saamit (radiAllahu ‘anhu) heeft gezegd: “Ik getuig dat ik de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) hoorde zeggen: ‘Allah Azza wa Jall heeft vijf gebeden verplicht gesteld. Degene die de wudoe’ verfraait, de gebeden op hun juiste tijden bidt en de rukoe’ en de sudjoed voltooid en daarin khushoe heeft, heeft een overeenkomst met Allah dat Hij hem zal vergeven. Degene die dat niet doet, heeft geen overeenkomst met Allah en als Allah het wil, zal Hij hem vergeven en als Hij het wil, zal Hij hem straffen.’” [Overgeleverd door Maalik, Abu Dawoed, an-Nasaa’i en Ibn Hibbaan heeft het Sahih verklaard. Het staat ook in Sahih ut-Targhib wat-Tarhib, nr. 396]

Ka’b bin Ujra (radiAllahu ‘anhu) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) kwam naar ons toe en we waren met een groep van zeven man. Vier van ons waren bevrijde slaven en de overige drie waren nooit slaven geweest. Onze ruggen leunden tegen de muur van de moskee en hij zei: ‘Waarom zitten jullie?’ We zeiden: ‘We wachten op het gebed.’ Hij was even stil, draaide zich toen naar ons toe en zei: ‘Weten jullie wat jullie Heer zegt?’ We zeiden: ‘Nee.’ Hij zei: ‘Jullie Heer zegt: Degene die het gebed op tijd verricht, dit constant op deze manier onderhoudt en het niet verspilt door de werkelijke waarde ervan als onbelangrijk te beschouwen, heeft een overeenkomst met Mij dat Ik hem het Paradijs zal laten betreden. En degene die het gebed niet op de juiste tijd verricht, het constant op deze manier onderhoudt en het verspilt door de werkelijke waarde ervan als onbelangrijk te beschouwen, heeft geen overeenkomst met mij. Als Ik het wil, zal Ik hem straffen en als Ik het wil, zal Ik hem vergeven.’” [Overgeleverd door at-Tabaraani in Al-Kabir en al-Awsat, door Ahmad en het staat ook in Sahih ut-Targhib wat-Tarhib, nr. 397]

Abdullah ibn Mas’oed (radiAllahu ‘anhu) heeft gezegd: “Op een dag liep de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) langs zijn metgezellen en zei tegen hen: ‘Weten jullie wat jullie Heer, de Verhevene, zegt?’ Ze zeiden: ‘Allah en Zijn Boodschapper weten het het beste.’ De Boodschapper zei dit drie keer en zei toen: ‘Bij Mijn Kracht en Grootsheid, niemand bidt hen [de gebeden] op hun juiste tijden of Ik zal hem het Paradijs doen betreden en degene die hen op andere tijden bidt; als Ik het wil, zal Ik hem genade tonen en als Ik het wil, zal Ik hem straffen.” [Overgeleverd door at-Tabaraani in al-Kabir en het staat ook in Sahih ut-Targhib wat-Tarhib, nr. 398]