De blijde tijdingen voor degenen die berouwvol terugkeren naar Allah en
naar niemand anders



Allah – Verheerlijkt is Hij – zegt:

وَالَّذِينَ اجْتَنَبُوا الطَّاغُوتَ أَن يَعْبُدُوهَا وَأَنَابُوا إِلَى اللَّهِ لَهُمُ الْبُشْرَى فَبَشِّرْ عِبَادِ

En degenen die at-Taaghoet vermijden door deze niet te aanbidden en berouwvol
terugkeren naar Allah, voor hen is er de blijde tijding; verkondig het goede nieuws
dus aan Mijn dienaren


[ Soerah az-Zoemar 39:17 ].

Uitleg van het Vers:

Met at-Taaghoet wordt hier bedoeld: alles wat naast Allah wordt aanbeden.
De gelovigen verdienen deze blijde tijding, omdat ze de aanbidding van at-
Taaghoet vermijden, en dit is een prijzenswaardige eigenschap. Ook verdienen zij
deze blijde tijding, omdat zij terugkeren naar Allah alleen in hun aanbidding en
deze zuiver voor Hem houden. Zij wenden zich af van de aanbidding van beelden
naar de aanbidding van de Alwetende Koning, en van afgoderij en zonden naar
monotheïsme en daden van gehoorzaamheid. Dus verdienen zij deze blijde tijding,
waarvan slechts Allah de waarde en beschrijving kent, aangezien Hij Degene is Die
hen hiermee heeft geëerd.

En deze blijde tijding omvat de blijde tijding in deze wereld, doordat de mensen
goed over hen spreken, door het zien van goede dromen, en doordat Allah hen
beschermt. Aan de hand van deze zaken zien zij dat Allah hen wil eren in deze
wereld en in het Hiernamaals.

En voor hen is er de blijde tijding in het Hiernamaals: tijdens het sterven, in het
graf en op de Dag der Opstanding.

En hun laatste blijde tijding zal in het Paradijs zijn, waar Allah hen het goede
nieuws zal verkondigen van Zijn eeuwige Tevredenheid en Gunsten over hen, en
dat zij daarin veilig zullen zijn.

Zie Tafsier Ibn Sa’die, blz. 656 (al-Loewayhiq editie)

Van de tekenen van het Uur

Op het gezag van Aboe Hoerayrah – moge Allah tevreden zijn met hem – die zei:
Terwijl de Profeet – sallallahoe ‘alayhi wa sallam – in een zitting zat en de mensen
toesprak, kwam er een bedoeïen naar hem toe en vroeg: “Wanneer is het Uur?”
Maar de Profeet – sallallahoe ‘alayhi wa sallam – ging verder met zijn toespraak.
Sommige mensen zeiden: “Hij heeft gehoord wat de man vroeg, maar heeft een
afkeer van de vraag.” Anderen zeiden: “Hij heeft hem niet gehoord.” Toen de
Profeet – sallallahoe ‘alayhi wa sallam – zijn toespraak beëindigd had, vroeg hij:



“Waar is degene die naar het Uur vroeg?”

De bedoeïen antwoordde: “Hier ben ik, o Boodschapper van Allah.” De Profeet –
sallallahoe ‘alayhi wa sallam – zei:




“Wanneer het toevertrouwde verwaarloosd wordt, verwacht dan het Uur.”

De bedoeïen vroeg: “Hoe wordt het verwaarloosd?” De Profeet – sallallahoe ‘alayhi
wa sallam – antwoordde:




“Wanneer de zaak wordt toevertrouwd aan mensen die niet in staat zijn om zijn
verplichtingen ten uitvoer te brengen, verwacht dan het Uur.”


Overgeleverd door al-Boekhaarie (59, 6496).

Een voorbeeld hiervan is het geval met sommige mensen van autoriteit, die
ongeschikte personen belasten met de religieuze zaken, zoals het rechterambt, het
vervaardigen van fataawaa (religieuze uitspraken), enz.

Allah heeft de mensen van autoriteit de zaken van de mensen toevertrouwd en
heeft hen verplicht om hun belangen te behartigen. Maar wanneer zij ongeschikte
personen belasten met de religieuze zaken, dan hebben zij deze toevertrouwde zaak
verwaarloosd.

En dit vindt slechts plaats wanneer de onwetendheid verspreid wordt en de kennis
opgeheven wordt.

Wanneer dit plaatsvindt, dan is dit een Teken van het Uur, zoals de overlevering
duidelijk maakt.

Al-Haafidh Ibn Hadjar heeft grote nuttigheden van deze overlevering vermeld. Zie
Fath al-Baarie (1/142-143) en (11/334).

Vertaald door: Ridouane Mallouki

http://soennah.com/eboek/berouw.pdf

Soennah.com