Shaych `Ali bin `Abdoel-`Aziez as-Shibl[1] zei:

De zwarte steen daar zijn meerdere soenan van bevestigd op gezag van de Profeet (صلى الله عليه و سلم):


  1. Dat hij deze (zwarte steen) aanraakte met zijn rechterhand, deze kuste, zijn wang en zijn voorhoofd erop plaatste, wat ook wel de soedjoed wordt genoemd.
  2. Dat hij deze aanraakte en kuste.
  3. Dat hij (alleen) zijn wang erop plaatste zonder het te kussen en zonder het aan te raken.
  4. Dat hij deze kuste zonder zijn wang of voorhoofd erop te plaatsen en zonder deze aan te raken met zijn hand.
  5. Dat hij deze (alleen) aanraakte met zijn hand.
  6. Dat hij deze aanraakte met een object. In dit geval met een stok gedurende de tawaaf al-ifaadah tijdens zijn afscheidsbedevaart. Hij bevond zich op zijn kameel terwijl hij de tawaaf verrichtte. En omdat het te zwaar was voor hem om na ieder ronde neer te dalen van zijn kameel, raakte hij de zwarte steen aan met zijn stok en kuste daarna de uiteinde van de stok. Degene die dus de zwarte steen aanraakt met een stok of kleed en deze daarna kust, die heeft de soennah behaalt.
  7. Dat hij ernaar wees (met zijn hand) zonder deze aan te raken of te kussen. En zonder de kus (in de richting van de zwarte steen) te sturen (of te blazen) zoals sommige `awwaam doen. Men wijst en dient slechts Bismillah, Allahoe Ackbar of Allahoe Ackbar te zeggen.


Bron:
Uitleg van Qaa`idah fie Al-Wasiela, deel 1, Vanaf min. 1:03:30 - 1:05:19
Vertaling: Youssef aboe Safiyyah
Gepubliceerd op: www.ahloelhadieth.com


[1] Voetnoot vertaler: een bekende geleerde uit Riyad en lid van het comité van onderwijs aan de islamitisch universiteit van Iemaam Mohammed bin Soe`oed. Tevens student geweest van grote geleerden waaronder Bin Baaz, al-Fawzaan en vele anderen.