Al-Imaam Aboe Haniefah [1]

Hij is de Imaam, de Faqieh, de Geleerde van Irak, Aboe Haniefah an-Noe’maan ibn Thaabit ibn Zawtaa at-Taymie al-Koefie, de heer van Banie Taymoellah ibn Tha’labah, er wordt gezegd dat hij van de zonen van al-Faras is. Hij werd geboren in het jaar 80H, tijdens de levens van de jongere Metgezellen, en hij zag Anas ibn Maalik toen hij naar hem kwam in al-Koefah. Maar geen enkele brief van hen is door hem bevestigd.

Ahmad al-‘Idjlie zei: “Aboe Haniefah at-Taymie behoorde tot een groep oliehandelaars, hij kocht en verkocht zijdeproducten.”

En ‘Oemar ibn Hammaad ibn Abie Haniefah zei: “Wat betreft Zawtaa, hij is van de mensen van Kaabil, en hij was stevig in de Islaam geboren. En Zawtaa was in het bezit van de stam van Taymoellah ibn Tha’labah. Dus hij was oud, en zijn loyaliteit was aan hen (deze stam), daarna aan de stam van Qifl.”
Hij zei: “En Aboe Haniefah was een fabrikatenhandelaar, en zijn winkel was bekend in Daar ‘Amr ibn Haarith.”

En Nadr ibn Mohammad al-Marwazie zei: “Van Yahya ibn Nadr, die zei: De vader van Aboe Haniefah kwam uit Nisaa.”

En Soeleyman ibnoer-Rabie’ verhaalt van al-Haarith ibn Idries, die zei: “De oorsprong van Aboe Haniefah is van Tirmidh.”

En Aboe 'Abdir-Rahmaan al-Moeqrie zei: “Aboe Haniefah is van de mensen van Baabil.”

En Aboe Dja’far Mohammad ibn Ishaaq Ibnoel-Bahloel verhaalt van zijn vader, van zijn grootvader die zei: “Thaabit, de vader van Aboe Haniefah, was van de mensen van al-Anbaar.”

Van Moekrim ibn Ahmad al-Qaadie, die zei dat Ahmad ibn ‘Abdillaah ibn Shaadhaan al-Marzaawie ons verhaalde van zijn vader, van zijn grootvader: “Ik hoorde Ismaa’iel zeggen, Ismaa’iel ibn Hammaad ibn Abie Haniefah an-Noe’maan ibn Thaabit Ibnoel-Marzabaan verhaalde ons over de zonen van Faaris al-Ahraar: bij Allah, zachtheid kwam nooit tot ons.” “Mijn grootvader werd geboren in het jaar 80H, en Thaabit ging naar ‘Alie toen hij jong was. Dus hij maakte een smeekbede voor zijn zegen en voor zijn nakomelingen, en zij hoopten dat deze smeekbede van ‘Alie via ons werd beantwoord.”

Mohammad ibn Sa’d al-Awfie zei: “Ik hoorde Yahya ibn Ma’ien zeggen: Aboe Haniefah was betrouwbaar (thiqah), en hij overleverde geen enkele hadieth, behalve diegene die hij had gememoriseerd. En degene die hij niet had gememoriseerd, overleverde hij niet.”

En Saalih ibn Mohammad zei: “Ik hoorde Yahya ibn Ma’ien zeggen: Aboe Haniefah was thiqah in hadieth.”

En Ahmad ibn Mohammad ibnoel-Qaasim ibn Mahraz levert over van Ibn Ma’ied: “Er was geen probleem in Aboe Haniefah.”
En een andere keer zei hij: “Hij behoorde volgens ons tot de mensen van waarheidsgetrouwheid, en hij was niet schuldig aan liegen.” “Ibn Hoebayrah liet de rechtspraak inderdaad aan hem over, dus mijn vader was een rechter.”

Van Shoe’ayb ibn Ayyoeb as-Sariefienie leverde Aboe Yahya al-Himaanie ons over: “Ik hoorde Aboe Haniefah zeggen: Ik had een droom die me angst aanjoeg. Ik zag dat ik het graf van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) aan het opgraven was. Dus ik kwam in al-Basrah, en ik verzocht een man om Mohammad ibn Sierien (erover) te vragen, dus hij vroeg hem. En hij (Ibn Sirien) zei: Deze man graaft de overleveringen van de Boodschapper van Allah (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) op.”

De moehaddith, Mahmoed ibn Mohammad al-Marzawie zei, Hamied ibn Aadam verhaalde ons, Aboe Wahb Mohammad ibn Moedjaahim verhaalde ons, zeggende: “Ik hoorde ‘Abdoellaah ibnoel-Moebaarak zeggen: Als Allah me niet had geholpen middels Aboe Haniefah en Soefyaan, was ik geweest zoals de rest van de mensen.”

Soelaymaan ibn Abie Shaykh verhaalde ons van Ahmad ibn Zoebayr, Hoedjr ibn 'Abdil-Djabbaar verhaalde me, zeggende: “Er werd tegen al-Qaasim ibn Ma’n gezegd: Ben je blij om van onder de dienaars van Aboe Haniefah te zijn? Hij zei: De mensen hebben niet in een meer profijtelijke kring gezeten dan die van Aboe Haniefah. Dus al-Qaasim zei tegen hem: Kom met me, naar hem. Dus toen ze bij hem kwamen, bleef hij (al-Qaasim) bij hem, en hij zei: Ik ben het gelijke hiervan niet tegengekomen.”

En Bishr Ibnoel-Walied verhaalt van al-Qaadie Aboe Yoesoef, die zei: “Een keer, toen ik met Aboe Haniefah liep, hoorde ik een man tegen een ander zeggen: Deze Aboe Haniefah slaapt ’s nachts niet. Dus zei Aboe Haniefah: Bij Allah, overlever niet van mij wat ik niet doe.”

‘Abdoer-Rahmaan ibn Mohammad Ibnoel Moeghierah zei: “Ik zag Aboe Haniefah oordelen uitspreken voor de mensen in een moskee in al-Koefah, op zijn hoofd was een lange, zwarte capuchon.”

En Ibnoel-Moebaarak zei: “Ik heb geen man gezien die waardiger is in zijn bijeenkomst, of betere manieren heeft, en zachtheid, dan Aboe Haniefah.”

Yazied ibn Haaroen zei: “Ik heb niemand gezien die gemakkelijker in de omgang is dan Aboe Haniefah.”

Wakie’ zei: “Ik hoorde Aboe Haniefah zeggen: Urineren in de moskee is beter dan één of andere analogische deductie (qiyaas).”

En van Moe’aawiyah ad-Darier die zei: “Houden van Aboe Haniefah is van de Soennah.”

En van Moeghieth ibn Badiel die zei: “Aboe Haniefah werd door al-Mansoer naar de rechterlijke macht geroepen (voor een functie), en hij (Aboe Haniefah) weigerde. Dus zei hij (al-Mansoer): Verlang jij datgene dat wij hebben? Waarop hij (Aboe Haniefah) zei: Nee, ik ben niet geschikt. Hij (al-Mansoer) zei: Je hebt gelogen. Hij (Aboe Haniefah) zei: Dus de Leider van de Gelovigen heeft geoordeeld dat ik niet geschikt ben. Omdat ik een leugenaar ben, ben ik niet geschikt. En als ik de waarheid zei, dan heb ik jullie juist geïnformeerd dat ik ongeschikt ben. Dus hij werd aangehouden.”

En Ismaa’iel ibn Abie Oeways verhaalt iets soortgelijks van ar-Rabie’ al-Haadjib, en daarin zegt Aboe Haniefah: “Bij Allah, ik ben niet veilig van lust, dus hoe kan ik veilig van woede zijn? Dus ik ben daar niet geschikt voor.” En al-Mansoer zei: “Je hebt gelogen, je bent juist geschikt.” Dus hij zei: “Hoe kan het wettig zijn voor jou om autoriteit te geven aan iemand die liegt?” En er wordt gezegd dat Aboe Haniefah voor hem werkte. En hij oordeelde in één zaak, en bleef twee dagen (in functie), toen werd hij zes dagen ziek en stierf.

En de Faqieh, Aboe ‘Abdillaah as-Saymarie zei: “Hij accepteerde de functie van rechter niet. Daarom werd hij geslagen en aangehouden en hij stierf in de gevangenis.”

En Hayyaan ibn Moesa al-Marwazie zei: “Ibnoel-Moebaarak werd gevraagd: Is Maalik beter in fiqh, of Aboe Haniefah? Hij zei: Aboe Haniefah.”

En al-Khoeraybie zei: “Niemand vindt misstappen bij Aboe Haniefah, behalve iemand die jaloers is, of een onwetende.”

En Yahya ibn Sa’ied al-Qattaan zei: “We liegen niet in het zicht van Allah. We hebben niets gehoord dat beter is dan de mening van Aboe Haniefah, en we hebben inderdaad veel van zijn uitspraken aangenomen.”

En ‘Alie ibn ‘Aasim zei: “Als de kennis van al-Imaam Aboe Haniefah werd gewogen tegen de kennis van de mensen van zijn tijdperk, zou hij zwaarder wegen dan hen.”

En Hafs ibn Ghiyaath zei: “De spraak van Aboe Haniefah in fiqh is complexer dan poëzie. Niemand vindt er onjuistheid in, behalve een onwetende persoon.”

En Djarier zei: “Moeghierah zei tegen mij: Zit met Aboe Haniefah om fiqh te leren; toen Ibrahiem an-Nakha’ie leefde, zat hij met hem.”


En Ibnoel-Moebaarak zei: “Aboe Haniefah had meer fiqh dan de rest van de mensen.”


Bron: The Creed of the four Imaams - Mohammad ibn ‘Abdir-Rahmaan al-Khoemayyis
Vertaald door: Hoedhayfah al-Hollandie

_______________________________________________

[1] De volgende biografie is afkomstig uit Siyar A’laamin-Noebalaa (6/394-403), en licht aangepast. Voor biografieën van Aboe Haniefah, zei: Tabaqaatoel-Khaliefah (nr. 176-327), at-Taariekhoes-Saghier (2/43), Al-Djarh wat-Ta’diel (8/449-450), Kitaaboel-Madjroehien (3/61), Taariekh-Baghdad (13/323-324), Al-Kaamil fit-Taariekh (5/549. 585), Wafiyyatoel-A’yaan (5/415-423), Tahdhieboel-Kamaal (nr. 1414-1417), Tahdhieboet-Tahdhieb (1/98/4), Tadhkiratoel-Hoeffaadh (1/168), Miezaanoel-I’tidaal (4/265) , Al-‘Ibr 1/314), Al-Djawaahieroel-Moedie’ah (1/26-32), Khilaasah Tahdhieboel-Kamaal (nr.402), Shadharaatoedh-Dhahab(1/227-229).


http://www.soennah.com/sierah/haniefa.htm